Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
heeten. Wij hebben dus bij een werktuig, dat in beweging is,
drie soorten van krachten: l'^. de beweegkracht, den nuttigen
weerstand en 3®. de schadelijke weerstanden. Elk van deze verricht
arbeid; wij hebben dus bewegingsarbeid, nuttigen en schadelijken
weerstandsarbeid. Volgens het zoo even vermelde beginsel moet
dus de bewegingsarbeid gelijk zijn aan de som van den nuttigen
en van den schadelijken weerstandsarbeid. De nuttige weerstands-
arbeid zal dus altijd geringer zijn dan de bewegingsarbeid, daar
de schadelijke weerstand nooit geheel kan worden verwijderd; het
werktuig is echter des te volmaakter, naarmate deze geringer is.
Bij eene oppervlakkige beschouwing schijnt dit in strijd met de
wet van het behoud van arbeidsvei-mogen. Een werktuig wordt
van zekere hoeveelheid arbeidsvermogen voorzien; het uit die
echter niet in haar geheel en evenmin is er nog arbeidsvermogen in
voorhanden gebleven. Is er dan, in strijd met de wet, arbeidsver-
mogen verloren gegaan? Neen, dat arbeidsvermogen, dat schijnbaar
is verloren gegaan, heeft ook arbeid verricht; het heeft gediend
om bijv. den weerstand van de lucht te overwinnen; er is dus aan
de lucht beweging gegeven, en het arbeidsvermogen is gedeeltelijk
daarop overgegaan; het kan ook in de verschillende deelen van het
werktuig andere verschijnselen hebben teweeg gebracht, en er kan
dus arbeidsvermogen in een anderen vorm ontstaan zijn. Het is
juist aan deze wet te danken, dat men verband heeft gevonden
tusschen verschijnselen, die men vroeger als op zich zelf staande
had beschouwd. Zoolang wij echter die verschijnselen niet hebl)eii
leeren kennen, kunnen wij de juistheid van de wet zelve niet
nagaan. Later zullen wij meermalen gelegenheid hebben daarop
terug te komen en dan overal bevestigd vinden, dat er geen
arbeidsvermogen kan vernietigd worden of verloren
gaan, en dat er evenmin arbeidsvermogen uit niets
kan worden voortgebracht.
Uit hetgeen wij zoo even gezegd hebben van de betrekking tus-
schen bewegingsarbeid en weerstandsarbeid bij de werktuigen volgt
nog, dat de nuttige weerstandsarbeid nooit grooter kan ziju dan
de bewegingsarbeid, en dat het dus onmogelijk is met eene geringe
standvastige beweegkracht een aanzienlijken weerstand te over-
winnen, zonder daarbij in snelheid minstens evenveel te verliezen
als men in kracht wint. Zij, die het zoo menigmaal besproken