Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
vermogen van beweging geheel uitgeput; daarentegen heeft het
nu een even groot arbeidsvermogen van plaats verkregen. Brengt
men het op dat ©ogenblik in rust, dan zal het dat arbeidsvermogen
van plaats behouden of bewaren, tot dat de hindernis, die het
belet terug te keeren, is weggenomen. Geschiedt dit laatste en
laat men het weder vallen, dan neemt het arbeidsvermogen van
beweging onder het vallen weder toe, en bij de terugkomst in
het punt van vertrek is het weder even groot, als toen het opwaarts
werd geworpen-
Wij kunnen ons thans niet bezighouden met de verschillende
vormen van arbeidsvermogen, die in de natuur voorkomen, na te
gaan, daar wij de krachten zelve nog niet in haren aard en
werking hebben leeren kennen. Evenmin kunnen wij nagaan, hoe
arbeidsvermogen van den eenen vorm kan overgaan in een anderen;
maar wdj kunnen toch melding maken van een allergewichtigst be-
ginsel, dat bij die overgangen geldt en daarin bestaat, dat een
lichaam het arbeidsvermogen, ' dat het bezit, geheel of
gedeeltelijk kan afgeven, en dat, wanneer een gedeelte
daarvan tot het verrichten van arbeid is verbruikt, de
som van dezen arbeid en van het in het lichaam nog
voorhanden arbeidsvermogen dezelfde blijft. Dit beginsel,
dat bekend is onder den naam van het beginsel of de wet
van het behoud van arbeidsvermogen, kan ook aldus worden
uitgedrukt: er kan geen arbeidsvermogen worden vernie-
tigd en evenmin uit niets worden voortgebracht; alleen
dan wanneer arbeid wordt verricht, gaat er schijnbaar arbeids-
vermogen verloren, dat echter in een anderen vorm moet worden
teruggevonden. Werktuigen dienen slechts om arbeidsvermogen
op te nemen en op eene andere wijze weer arbeid te verrichten,
die ecliter nimmer grooter kan zijn dan het arbeidsvermogen, dat
in het werktuig voorhanden was.
De arbeid evenwel, die door eenig werktuig verricht wordt, is
van tweeërlei aard. Er zijn namelijk in de eerste plaats weerstanden,
die moeten overwonnen worden om de uitwerking te verkrijgen, die
het doel van het werktuig is en daarom n ii 11 i g e weerstand
worden genoemd; in de tweede plaats die i welke worden veroor-
zaakt door de zamenstelling van het werktuig en andere belemme-
rende omstandigheden, en om die reden schadelijke weerstanden