Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
overweging, welke beteekenis dit woord in het dagelijksche leven
heeft, en hoe het overal wordt toegepast, waar door kracht van
menschen of dieren verplaatsing van lasten plaats heeft, dan is
eene nadere verklaring zeker overbodig; maar dan volgt daaruit
tevens, dat men bij de beoordeeling van de grootte van den arbeid
niet alleen moet acht geven op de grootte der kracht, maar ook
uitdrukkelijk op de grootte der verplaatsing, welke die massa heeft
ondergaan, dat is, den weg, dien het aangrijpingspunt der kracht
heeft afgelegd.
Jlen kan door eene eenvoudige redeneering gemakkelijk nagaan,
hoe de arbeid afhankelijk moet zijn van de grootte der kracht en
van den door het aangrijpingspunt afgelegden weg. Dat in de
eerste plaats bij gelijke verplaatsing van het aangrijpings-
punt de arbeid evenredig moet zijn aan de kracht, is
duidelijk; om een tweemaal grooteren last één meter hoog op te
voeren is tweemaal grooter kracht noodig; de verrichte arbeid zal
eveneens tweemaal grooter zijn. In de tweede plaats , als de zoo
even vermelde last niet één meter hoog is opgeheven, maar
2, 3 of 4 meter hoog, dan zal ook twee-, drie- of viermaal
meer arbeid verricht zijn. De verrichte arbeid is dus,
l^ij gelijkheid van kracht, evenredig aan den weg,
dien het aangrijpingspunt der kracht heeft afgelegd.
Hier moet echter nog worden bijgevoegd: in de richting
dier kracht; want het is niet voldoende alleen acht te geven
op den afgelegden weg, onverschillig in welke richting de be-
weging plaats heeft, zooals door een voorbeeld aanstonds dui-
delijk zal worden. Gesteld, dat men een zekeren last naar boven
moet voeren tot een hoogte van vier meter; geschiedt dit door
een katrol onmiddellijk in verticale richting, dat is in de rich-
ting zelve der zwaartekracht, die op den last werkt, dan bedraagt
de afgelegde weg vier meter; maar wordt de last gedragen door
menschen, die op ladders of trappen klimmen, of wordt hij langs
een helling naar boven getrokken, dan zal een veel langere weg
zijn afgelegd, maar dan ook niet meer in de richting der kracht
zelve. En toch moet in beide gevallen evenveel arbeid verricht
zijn. Bij het vergelijken van de arbeidshoeveelheden zal men dus
alleen moeten acht geven op den weg, die door het aangrij-
pingspunt in de richting der kracht is afgelegd, daar deze