Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
zich bedienen van den toestel, in fig. 13 voorgesteld, die eveneens
Fig. 13. op de spil C van den toestel in fig. 12 ge-
plaatst wordt. ABC is een hefboom, welks
armen AB en BC een rechten hoek met elkan-
der maken, en die bij B om eene horizontale
spil kan draaijen. Aan C bevindt zich een
zware bal, die, als de toestel aan het draaijen
gebracht wordt, door de middenpuntvlieding
tegen den kant van het raam zal aankomen. Daardoor wordt dan
tevens het uiteinde van den arm A opgelicht. Men zal nu de
omdraaijingssnelheid zoo kunnen regelen, dat een gewichtje op A
gelegd juist opgelicht wordt. Legt men er achtereenvolgens een
4, 9, 16 maal grooter gewicht op, dan zal dit eerst worden opgelicht
door aan den toestel eene 2,3,4 maal grootere snelheid te geven.
Dat bij een grootere massa grootere middenpuntvliedende kracht
Fig. 14.
ontwikkeld wordt, blijkt ook nog uit
de volgende proef. AB (Fig. 14) is
eene gesloten glazen buis, waarin
zich drie vochten van verschillend
soortelijk gewicht bevinden, kwik-
zilver, water en olie. Is de toestel
in rust, dan zal het kwikzilver zich
onderin bevinden, daarboven het water, en de olie zal boven
drijven. Wordt hij in beweging gebracht, dan zullen weldra alle
vochten zich naar het boveneinde B der buis begeven, en wel in
omgekeerde volgorde, zoodat het kwikzilver het verst van A ver-
wijderd is. In de buis AC bevindt zich een looden balletje; is de
omdraaijings-snelheid gering, dan blijft het onderin liggen; neemt
zij toe, dan klimt het in de buis; de zwaartekracht wordt dan
overwonnen door de middenpuntvliedingskracht, die met de snel-
heid toeneemt; in dat geval is de kracht, waarmede het balletje
van het middenpunt verwijderd wordt, grooter dan de ontbondene
der zwaartekracht.
31. Arbeid; arbeidseenheid. — Ka in het voorgaande eenige
beschouwingen over de krachten te hebben medegedeeld, zullen
wij nu nog het een en ander aangaande hunne werking opmerken,
en spreken over hetgeen men arbeid noemt. Neemt men in