Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
gram van krachten, maar op de grootte der kracht oefenen zij
geen invloed uit.
30. Middenpuntvlieding. — Wij hebben boven (16) gezien,
dat men eene beweging kromlijnig noemt, als hare richting onop-
houdelijk verandert. Die verandering van richting kan echter niet
plaats vinden, dan door den invloed van eene op het lichaam
werkende kracht. Wanneer men een zwaar voorwerp aan het eind
van een touw vastmaakt en daaraan eene schielijke beweging om
een vast punt geeft, dan gevoelt men, dat het touw sterk wordt
gespannen. Het lichaam zal, krachtens de inertie, trachten zich
voort te bewegen in rechte richting, dat is volgens de raaklijn aan
den cirkel, dien men het laat beschrijven; indien het aan die wet
der inertie niet gehoorzaamt, is zulks alleen toe te schrijven aan
de werking eener kracht, die het dwingt van die richting af te
wijken; deze kan geen andere zijn dan de vastheid van het touw,
dat het verbindt aan het middenpunt, om hetwelk de beweging
plaats heeft j is dat touw niet sterk genoeg, dan zal het breken
en het lichaam gaat in de richting der raaklijn verder. De druk-
king van het middenpunt uit, of de neiging van het
lichaam om het middenpunt te verlaten noemt men de
middenpuntvliedingskracht, hoewel men ten onrechte er den
naam van kracht aan geeft.. Wel is er eene zekere kracht noodig
om het lichaam te verhinderen zich in de richting der raaklijn
voort te bewegen , maar deze dient niet tot het maken van even-
wicht met eene andere kracht, doch eenvoudig om de richting der
beweging onophoudelijk te veranderen; wordt die richting niet
meer veranderd, dan is ook geen kracht meer noodig om die
zoogenaamde middenpuntvliedingskracht te bestrijden.
In de voorstelling brengt liet echter veel gemak aan, de midden-
puntvlieding als eene ki'acht te beschouwen; van daar dat men haar
meestal nog als zoodanig voorstelt. Daar wij hier niet in bijzonder-
heden kunnen treden aangaande de wijze, waarop in de ^verk-
tuigkunde hare wetten worden opgespoord, zullen wij ons tevreden
stellen met de mededeeling der formules, waardoor die worden
uitgedrukt.
Wanneer F de versnelling voorstelt, die het lichaam door de
werking van de kracht, welke van het middenpunt uitgaat, zou