Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Het bijzondere geval, dat Q en P even groot zijn, verdient hier
nog vermeld te worden. De afstand BG van het aangrijpingspunt
der kracht Q tot dat der resultante wordt dan
AB X P
—=
welke formule aanduidt, dat twee evenwijdige en gelijke, doch in
tegenovergestelde richting werkende krachten geen resultante hebben,
en dus ook niet door ééne enkele kracht kunnen in evenwicht worden
gehouden. Zoodanig stelsel van krachten, dat men koppel noemt,
zal aan het lichaam, waarop het werkt, eene draaijendo beweging
geven, die slechts door het aannemen van twee vaste punten kan
worden tegengehouden.
Werken meer dan twee evenwijdige krachten op een lichaam
(Fig. 11), dan zal men volgens den aangewezen regel eerst de
resultante van twee dier krachten, bijv. P en kunnen bepalen;
deze zal gelijk zijn aan de som van P en Q, en werken in een
punt E, zoodanig gelegen dat AE : EB = Q: P. Deze resultante
T verbindt men weder met de derde kracht R, waardoor men eene
nieuwe resultante U vindt, werkende in F. Door zamenstelling
van deze met de vierde kracht S vindt men eene resultante V,
Fig. 11. werkende in G. Het punt G, dat
het aangrijpingspunt is van de resul-
tante van al die evenwijdige krachten,
zal niet van plaats veranderen, al
veranderen de krachten zelve ook
van richting, mits zij onderling
evenwijdig blijven. Men noemt dit
punt het middenpunt van even-
w ij d i g e krachten.
Van de juistheid der wetten in de verschillende gevallen van
zamenstelling en ontbinding van evenwijdige krachten kan men
zich gemakkelijk proefondervindelijk overtuigen, door aan ver-
deelde latjes met gewichten bezwaarde touwen vast te maken,
die men over katrolletjes loopen laat; zulke katrollen ver-
anderen wel de richting der kracht, even als bij den toestel,
dien wij beschreven hebben voor het bewijs van het parallelo-