Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
27. Zamenstelling van krachten, die in één punt wer-
ken; parallelogram van krachten. ~ Elke der krachten
P en Q, op een stoffelijk punt A (Fig. 6) in de richtingen
AB en AC werkende, geeft daaraan eene eenparig versnelde
beweging; volgens het derde grondbeginsel (bl. 21) zal de wer-
Fig. 6. kelijke beweging van dat punt de resul-
tante zijn van de be^vegingen, welke
P en Q elk op zich zelf daaraan zouden
mededeelen. Stelt nu AE de versnel-
ling voor van eerstgenoemde beweging,
AF die van de tweede, dan zal de
diagonaal AG van het parallelogram
AEGF de versnelling voorstellen van
da eenparig versnelde beweging, welke
de resultante van deze beide is (20).
Deze kan ook door ééne kracht worden veroorzaakt, welke dus
de resultante van P en Q moet zijn. Indien nu AB en AC de
krachten P en Q voorstellen, dan zal, daar de krachten evenredig
zijn aan de versnellingen, aan een zelfde stoffelijk punt medege-
deeld (22), AE:AF = AB:AC moeten zijn. Hieruit volgt dat,
als men het parallelogram ABDC construeert, dit niet AEGF
gelijkvormig zal zijn en D dus in het verlengde van AG zal vallen.
De resultante R, welke aan het stoffelijk punt eene versnelling
AG mededeelt, moet tot die versnelling in dezelfde reden staan,
als P of AB tot de versnelling AE en Q of AC tot de versnelling
AF; zij zal dus worden voorgesteld door de diagonaal AD. Hieruit
blijkt dus, dat de resultante van twee krachten, die in
één punt werken, zoowel in richting als in grootte, wordt
voorgesteld door de diagonaal van het parallelogram,
waarvan de zijden de zamenstellende krachten voor-
stellen.
Proefondervindelijk kan men deze eigenschap duidelijk maken
door den toestel, in fig. 7 aJgebeeld en door Crahay (1S43) uitge-
dacht. Op een houten voet, die door middel van drie stelschroeven
horizontaal kan gesteld worden, bevindt zich een verticale kolom
BCA, waarop van C af tot het bovenste uiteinde A verdeelingen
zijn aangebracht. Twee koperen of houten staven CG en CH zijn
in'C vastgemaakt, waarom zij als om eene as kunnen draaijen. In