Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
eenvoudigst uitdrukken door te zeggen, dat wanneer eene kracht
werkt op een stoffelijk punt, dat reeds in beweging is,
de werking dier kracht onafhankelijk is van die beweging,
zooals wij reeds hebben aangenomen, toen wij over zamenstelling
van beweging (20) hebben gehandeld. Hieruit volgt dan tevens
dat, wanneer verschillende krachten tegelijker tijd op een
punt werken, elke van die krachten eene uitwerking zal
hebben, alsof zij alleen aanwezig was. De werkelijke bewe-
ging van een punt, dat onderworpen is aan de werking van ver-
scheidene krachten, zal dus de resultante zijn van de bewegingen,
welke elke dier krachten op zichzelf zou veroorzaken.
22. Massa; hoeveelheid beweging; dichtheid. — Daar de
kracht wordt beschouwd als de oorzaak, die eene beweging kan
voortbrengen, of die eene bestaande beweging wijzigt, noemt men
de kracht standvastig, indien de wijziging, welke zij in de bewe-
ging van een stoffelijk punt teweeg brengt, standvastig is. Beweegt
zich zoodanig punt onder de werking van eene kracht in onver-
anderlijke richting, dan is de eenige wijziging , welke de beweging
ondergaat, de verandei'ing der snelheid. Is deze wijziging nu in
gelijke tijden steeds even groot, dat is, is de versnelling stand-
vastig, dan noemt men ook de kracht standvastig. Is de versnel-
ling , die een stoffelijk punt onder de werking van twee krachten
achtereenvolgens verkrijgt, gelijk, dan zijn ook die krachten gelijk.
Beweegt het punt zich, zooals wij ondersteld hebben, in onver-
anderlijke richting, dan bestaat de werking der kracht uitsluitend
in de versnelling, die zij aan het punt geeft. En aangezien de
uitwerking evenredig moet gesteld worden aan de oorzaak, zullen
de versnellingen evenredig zijn aan de krachten, welke
die versnellingen aan een zelfde stoffelijk punt mede-
declen. Men heeft dus:
K : Ki = a : Oj,
waarin K en Kj de krachten en a en «i de versnellingen voorstellen ,
welke zij aan hetzelfde stoffelijk punt geven. Hieruit volgt:
ü-ül.
a ~ «1
Deze betrekking geldt voor alle soorten van krachten, ook dan