Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
304.
de wanden duidelijk een geluid, dat in B ontstaat, terwijl men het
op eene andere plaats niet verneemt of ten minste veel zwakker.
De werking van de algemeen bekende op schepen gebruikelijke
roepbuis berust op de terugkaatsing van het geluid tegen
den binnenwand. Eene sterke stem kan zich daardoor op een
afstand van een uur gaans doen hooren. Bij de hoorbuis,
waarvan hardhoorigen zich bedienen, is de werking omgekeerd. Door
de kegelvormige opening
worden meer geluid golven
opgevangen en door terug-
kaatsing tegen de wanden
versterkt voortgeplant tot
aan het andere uiteinde, dat
tegen het oor gehouden
wordt.
156. Interferentie van
liet geluid. — Bij de beschouwing van de trillingen in het algemeen
hebben wij opmerkzaam gemaakt op het belangrijk verschijnsel
der interferentiën en gezien, dat dientengevolge op de eene plaats
versterking, op de andere verzwakking, ja zelfs geheele vernietiging
der trillende beweging kan plaats hebben. Wij moeten nu onder-
zoeken, of die verschijnselen zich ook voordoen en proefondervin-
delijk kunnen worden aangewezen bij de geluidstrillingen. Van het
ontstaan van staande golven door interferentie van twee gelijke, doch
in richting juist tegenovergestelde geluidgolven hebben wij reeds
een voorbeeld gezien bij de orgelpijpen; wij behoeven dus hierop
niet uitdrukkelijk terug te komen.
Het eenvoudigste geval van interferentie doet zich voor, wanneer
wij te doen hebben met twee gelijke golven, voortgaande of staande,
die juist eene heele of eene halve golflengte in phase verschillen.
In het eerste geval moet er versterking, in het andere verzwakking
der trillingen plaats hebben, wanneer zij bij elkander komen.
Dit kan men gemakkelijk aantoonen met den in fig. 169 afgebeelden
toestel, die bestaat uit eene kartonnen buis D. welke aan de
beide onderste uiteinden A en B open is, doch boven bij C door een
dun vlies is gesloten. Brengt men eene metalen of glazen plaat
P zoo in staande trilling, dat er twee knooplijnen ontstaan, dan