Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
300.
— = 1,408 niet als volkomen juist kan worden beschouwd. Leidtmen
c
die waarde omgekeerd af uit de door Regnault gevondene snelheid
van het geluid, dan zou—^ == 1,392 moeten zijn.
c
Regnault heeft ook de snelheid van het geluid in andere gassen dan
de lucht bepaald; voor koolzuurgas verkreeg hij bij eene temperatuur
van 0°C eene snelheid van 268,5 meter, voor waterstofgas 1200,77
meter. Past men de formule op deze beide gassen toe, daarbij de
dichtheid van koolzuur op 1,529 en die van waterstof op 0,06926
stellende, dan vindt men voor eerstgenoemd gas eene snelheid van
245 meter, voor het andere van 1239 meter, dus andere cijfers dan
de door Regnault waargenomene. Het is niet onwaarschijnlijk,
dat deze afwijking alleen is toe te schrijven aan de mindere zui-
verheid der door hem gebruikte gassen.
Voor de voortplantingssnelheid van het geluid in vloeistoffen
en in vaste lichamen gelden de formules en uitkomsten, die wij
boven (124) voor de voortplantingssnelheid eener trillende beweging
in *t algemeen hebben medegedeeld. Voor de snelheid in water
hebben wij toen uit de formule eene waarde van 1420 meter
afgeleid. Colladon en Sturm hebben in 1837 proeven genomen
op het meer van Genève, waaruit zij eene snelheid van 1435 meter
in de seconde afleidden. Latere onderzoekingen van Wertheim
(1848) hebben dat cijfer bevestigd en tevens geleerd, dat de snel-
heid in zoutoplogsingen aanzienlijker is; voor alcohol vond hij
eene snelheid van 1285 meter.
Dat de snelheid van het geluid in vaste lichamen nog veel aan-
zienlijker is, blijkt reeds uit het boven medegedeelde. Men kan
zich daarvan overtuigen, wanneer men zijn oor legt tegen het eene
uiteinde van eene lange ijzeren staaf, zooals men bij omheiningen
van parken aantreft; als iemand dan tegen het andere uiteinde
slaat, hoort men het geluid tweemaal, eerst door het metaal en
vervolgens door de lucht. De snelheid is nog niet nauwkeurig
bepaald; volgens waarnemingen van Wertheim zou zij voor zilver
Smaal grooter zijn dan voor lucht, voor koper llmaal, voor ijzer
15maal. De invloed van de temperatuur schijnt niet bij alle
metalen dezelfde te zijn. Bij hout is de snelheid veel aanzienlijker
in de richting der vezels dan in eenige andere richting.