Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
29H
dit in verband met hetgeen gezegd is over het ontstaan van geluid-
golven in orgelpijpen (148), dan blijkt het, dat men door de gaten
te openen of te sluiten verschillende tonen kan voortbrengen.
Van de tongwerktuigen (149) vindt men toepassingen bij de
clarinet, de oboë, de basson, alsmede bij de zoogenaamde mond-
harmonica. Ook bij vele orgelpijpen worden zij gebruikt, bepaaldelijk
ook bij die, waardoor de menschelijke stem wordt nagebootst.
Tot de snaarinstrumenten behooren de viool, harp, gitaar, piano
en vele andere. De vorm van het instrument oefent op den aard
van het geluid grooten invloed uit; bijzonder is dit het geval met
den zoogenaamden, hiervóór reeds vermelden klank-of zangbodem,
alsook met de gedaante en afmetingen van de luchtzuil, die in een
gedeelte van het instrument is besloten' en moet kunnen mede-
trillen. Dit laatste is onder andere het geval bij alle soorten van
violen en bij de harp.
Van trillende platen en staven maakt men weinig toepassingen;
trillende vliezen vindt men bij trommen, tamboerijnen en derge-
lijke instrumenten.
152. De menschelijke stem; ontleding van den klank, —
Een van de meest voortrefi'elijke werktuigen, waardoor geluid wordt
voortgebracht, is dat van de menschelijke stem. AVij kunnen hier
geene uitvoerige beschrijving daarvan geven, maar bepalen ons tot
de opmerking, dat het eenige overeenkomst heeft met de tongwerk-
tuigen, die wij boven (149) beschreven hebben. De lucht komt
door de luchtpijp tegen twee elastische banden, welke de opening
nagenoeg sluiten; bij hare beweging door de spleet, waardoor die
banden van elkander gescheiden zijn, geraken zij in trilling. Door
zamentrekking en verandering van hunne spanning brengen die
stembanden verschillende tonen en klanken voor. Volgens
Helmholtz ia de meer scherpe klank bij het spreken dan bij het
zingen daaraan toe te schrijven, dat in het eerste geval de beide
stembanden eenigszins over elkander slaan en dus meer werken op
de wijze van het tweede der boven beschreven tongwerktuigen.
Grooten invloed op de voortbrenging van de verschillende klanken
oefent de mondholte uit. Door de verplaatsing van tong, wangen
en lippen kan men hare gedaante veranderen en haar dus tot een
resonator maken, die juist past bij den door het eigenlijke stem-