Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
292.
dat de lucht zelve in trilling zij. Het verschijnsel bij de vrije
vlammen kan hierdoor worden verklaard. Bij die, welke de lucht
in eene glazen buis in trilling brengen, is de verdunning van de
lucht, veroorzaakt door de aanzienlijke verwarming door de gas-
vlam, oorzaak van een trek of beweging van die lacht; daardoor
wordt op het uitstroomende gas een dergelijke invloed uitgeoefend
als vermeerdering van drukking doen zou; de trillende beweging,
welke daardoor in het gas ontstaat en aan de vlam zichtbaar wordt,
is onder gunstige omstandigheden voldoende om de geheele lucht-
kolom in de buis in trilling te brengen.
151. Muziek-instrumenten. — De verschillende wijze van voort-
brenging van tonen, in de vorige bladzijden beschreven, vinden
hare toepassing bij de groote menigte in gebruik zijnde muziek-
instrumenten. De trilling van eene bepaalde kolom lucht is oorzaak
van het geluid bij de verschillende soorten van orgelpijpen en bij
alle zoogenaamde blaasinstrumenten. In de zamenstelling en vorm
van die instrumenten is echter groot onderscheid en niet minder', in
de wijze, waarop de trillende beweging wordt teweeg gebracht. Bij
de trompet, den waldhoorn en dergelijke instrumenten is het mond-
stuk zoodanig ingericht, dat de trillende beweging door de lippen
van den muzikant wordt veroorzaakt en zich dan mededeelt aan
de luchtkolom, die zich in het instrument bevindt; door de lippen
meer of minder tegen elkander te drukken, kan men het aantal
trillingen en dus ook de hoogte van den toon veranderen. De lucht-
massa binnen in het instrument moet echter kunnen medetrillen;
daarom is het getal der tonen, die door zoodanige instrumenten
kunnen worden voortgebracht, beperkt. Bij de trombone ofschuif-
trompet kan men, door de beide stukken, waaruit het instrument
bestaat, meer of min in elkander te schuiven, de lengte veranderen
en dus het getal tonen aanzienlijk vermeerderen. De sterke, door-
dringende toon van deze soort van instrumenten schijnt hoofdzake-
lijk te worden veroorzaakt door het wijdere gedeelte aan het uiteinde,
dat den naam van beker draagt.
Bij andere blaasinstrumenten, zooals de dwarsfluit en de meeste
orgelpijpen, wordt de lucht in trilling gebracht door tegen een
scherpen kant aanteblazen. Vele zijn voorzien van gaten , die door
kleppen of met de vingers kunnen gesloten worden. Brengt men