Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
286.
van de pijp zal dus ontstaan, wanneer er eene staande golf wordt
gevormd j waarvan een vierde gedeelte gelijk is aan de lengte der
pijp. Bij de opene orgelpijp ontstond de grondtoon, als de lengte
van de pijp gelijk was aan de halve lengte van de staande golf;
heeft men dus eene opene en eene geslotene orgelpijp van dezelfde
afmetingen, dan zal de golflengte van de eerste de helft bedragen
van die der tweede, hetwelk men ook aldus kan uitdrukken: eene
geslotene orgelpijp geeft denzelfden toon als eene opene
orgelpijp van dubbele lengte. Men kan dit proefondervindelijk
aantoonen met eene opene pijp, waarin men op de halve hoogte een
plaatje kan schuiven, dat gedeeltelijk doorboord is; de toon zal
dezelfde zijn, zoowel als de buis in 't midden gesloten is, als
wanneer het opene gedeelte der schuif zich daarin bevindt. Geeft
eene opene pijp haar grondtoon en sluit men haar dan vanboven,
dan gaat de toon in de lagere octaaf over. De grondtoon van eene
geslotene pijp wordt echter niet gemakkelijk voortgebracht.
Wordt de lucht met meer kracht in de buis geblazen, dan ont-
staan harmonische tonen; daar echter steeds bij den mond een
buik en aan het gesloten uiteinde een knoop moet zijn, zal de
geheele lengte zich moeten verdeelen in een oneven getal kwart
golflengten, zooals ook blijkt uit het vroeger (129) opgemerkte;
de daar gegeven formules voor de terugkaatsing van een golf tegen
een vast uiteinde zijn hier van toepassing. De voortgebrachte
tonen zijn dus die, welke door de getallen 1, 3, 5, 7,____ worden
voorgesteld. Eene geslotene orgelpijp kan dus niet de octaaf van
haar grondtoon geven; de eerste harmonische toon is de quint van
de octaaf. Met eene dergelijke pijp als de in fig. 162 afgebeelde,
doch die van boven gesloten en op andere plaatsen met gasvlam-
metjes voorzien is, kan men deze eigenschappen eveneens aantoonen.
De wet bij de geslotene orgelpijpen is dezelfde als bij de opene;
het getal der trillingen is omgekeerd evenredig aan
de lengte. Even als bij de opene, worden ook hier onregelma-
tigheden waargenomen, door de beweging van de lucht bij den
mond der pijp veroorzaakt.
De kennis van de vermelde wetten en eigenschappen der orgel-
pijpen is men verschuldigd aan Bernoulli (1762).
Men zou door middel van eene opene of geslotene pijp de lengte van
de geluidgolf van een bepaalden toon kunnen vinden, daar, zooals