Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
Daarin is t uitgedrukt in seconden, 5 en r doorgaans in meters.
Bij gelijke snelheden zijn de doorloopen ruimten dus
evenredig aan de tijden; bij gelijke tijden zijn zij even-
redig aan de snelheden.
IS. Veranderlijke beweging. — Doorloopt een lichaam
in gelijke tijden ongelijke wegen, dan noemt men de be-
weging veranderlijk. Die verandering der beweging moet het
gevolg zijn van krachten, die op het lichaam werken. De snelheid
is dus hier niet standvastig. Men verstaat bij veranderlijke
beweging door snelheid op een bepaald oogenblik, de
ruimte, die het van dat oogenblik afin de éénheid van
tijd zou doorloopen, indien de oorzaak van de verande-
ring der beweging ophield, en de beweging zelve derhalve
eenparig werd. Men kan dus door het wegnemen van die
oorzaak de snelheid op een gegeven oogenblik bepalen. Groeit de
snelheid aan, dan heet de beweging versneld; neemt zij af, dan
noemt men haar vertraagd.
19. Eenparig versnelde of vertraagde beweging, — De
versnelling of vertraging in de beweging kan op verschillende wijzen
plaats hebben ; onder die alle is er echter eene, die meer bijzonder de
aandacht verdient, namelijk, wanneer de snelheid toeneemt of ver-
mindert in dezelfde reden als de tijd, dat is wanneer de aangroeijng
of vermindering der snelheid in gelijke tijdsdeelen even
groot is; men noemt in dat geval de beweging eenparig
versneld of eenparig vertraagd. De onveranderlijke
vermeerdering of vermindering der snelheid in de een-
heid van tijd noemt men de versnelling. Drukken wij den
tijd uit door de versnelling door a, dan wordt derhalve de
snelheid v, die een lichaam na verloop van dien tijd t zal hebben
verkregen, uitgedrukt door de formule:
V — at.
Om eene formule voor den doorloopen weg te vinden, moeten
wij eerst de gemiddelde snelheid bepalen. Is de snelheid
bij het begin nul en de versnelling a, dan is de eindsnelheid na
t seconden ai, en dus de gemiddelde snelheid ^at. Bewoog het