Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
285.
Laat men nu deze pijp haar grondtoon aangeven, nadat men
de gasvlammetjes heeft ontstoken, dan ziet men, dat zij alle in
beweging geraken; tempert men den toevoer van gas, zoodat de
vlammen zeer klein worden, dan wordt de middelste vlam & uitge-
blazen, terwijl de beide andere blijven branden. In dit geval is er
een knoop in het midden; de afwisseling in dichtheid van de lucht
in den knoop heeft zoo sterk op het vliesje in N gewerkt, dat de
vlam bij h is uitgegaan. Wordt met meer kracht in de pijp ge-
blazen, zoodat de harmonische toon gevormd wordt, voorgesteld
door het getal 2, dat is de octaaf, dan moeten er buiken ontstaan
aan de beide uiteinden en in het midden, knoopen op één vierde
en drie vierden van de lengte. Inderdaad worden nu de gasvlam-
metjes bij a en c uitgeblazen, terwijl dat bij & blijft branden. Voor
den toon 3, de octaaf van de quint, is weer in het midden een
knoop; het vlammetje h wordt dus uitgeblazen, terwijl de andere
blijven branden; voor den toon é, de dubbele octaaf, waarvoor zich
in M, N, O en aan de beide uiteinden buiken bevinden, moet geen
enkel uitgaan. De proef geeft hiervan de bevestiging.
Uit de hier vermelde eigenschappen van de opene orgelpijpen
volgt onmiddellijk, dat de hoogte van den grondtoon afhankelijk is
van de lengte en wel, dat het getal trillingen omgekeerd
evenredig moet zijn aan de lengte. De meerdere wijdte
oefent slechts geringen invloed uit. Om de tonen van de toonladder
door middel van orgelpijpen te verkrijgen zou men dus pijpen
moeten nemen, welker lengten zich verhouden als de getallen, die
boven (14t) voor de lengte der snaren bij den sonoraeter zijn opge-
geven. De proef toont echter, dat in dat geval de toonladder niet
zuiver is, hetgeen schijnt te moeten worden toegeschreven aan de
meer zamengestelde beweging der lucht bij den mond en aan het
opene uiteinde der pijp.
Hebben wij eene pijp, die aan de bovenzijde gesloten is, of,
zoo als men het gewoonlijk noemt, eene geslotene of gedekte
orgelpijp, dan heeft er eene geheel andere verdeeling der luchtzuil
in staande golven plaats. Hier toch moeten wij de wet in toepas-
sing brengen, die wij vroeger hebben leeren kennen, toen van
terugkaatsing tegen een vast einde sprake was (129); wij hebben
dus bij het geslotene uiteinde van de pijp een knoop en bij het
opene onderuiteinde, nabij het mondstuk, een buik. De grondtoon