Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
284.
en laat deze pijp geluid geven, terwijl de opening gesloten is; opent
men dan liet klepje, dan verandert de toon. Daar de lucht in het
midden van de pijp nu onmiddellijk met de buitenlucht in gemeen-
schap komt, kan de toestand van verdichting of verdunning daar
niet blijven bestaan; het evenwicht is verbroken en het zal niet
weer hersteld zijn, voordat zich op die plaats een buik gevormd
heeft. Om dezelfde reden kan zich aan het uiteinde van eene opene
pijp geen knoop vormen.
Komt de luchtstroom met meer kracht in de pijp, dan verdeelt
zich de trillende luchtkolom in meer deelen en worden de harmo-
Fig. 162. nische tonen gevormd. Zooals zoo even
reeds is opgemerkt, moet eene opene pijp
achtereenvolgens alle harmonische tonen,
voorgesteld door de getallen 1, 2, 3, 4, 5, 6
enz. kunnen voortbrengen. Dit is geheel in
overeenstemming met de formules voor de
terugkaatsing van eene golf tegen een vrij
uiteinde (130).
Wij kunnen dit aantoonen door het vliesje
A van fig. 161 op verschillende plaatsen in
de buis te houden. Nog duidelijker geschiedt
het met de in fig. 162 afgebeelde orgelpijp
van König, die tevens ons doet zien, welke
de toestand van de lucht in de knoopen is.
Deze pijp is eene gewone opene orgelpijp,
aan welke op zijde eene holle kamer of
kast AB bevestigd is, waarin door de buis
C lichtgas wordt aangevoerd. Deze kamer
is door drie buizen in verbinding met de
drie kleine cilindrische ruimten M, N, O,
die alle van een kleinen brander voorzien
zijn. De bodem van de drie platte cilindrische dozen M, N en O
bestaat uit een dun vliesje, waardoor zij van de lucht binnen in de
pijp gescheiden zijn; de drukking van die lucht, die het gevolg moet
zijn van de verdunning of verdichting in de pijp, zal merkbaar
zijn aan dat vliesje en dus ook aan het lichtgas, dat zich in M,
N en O bevindt; men moet dit aanstonds aan de gasvlammetjes
in a, & en c kunnen bemerken.