Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
281.
tegen is het ontstaan van knoopen onder gewone omstandigheden
aan geen bepaalde plaats verbonden; hun getal is dus ook geheel
onbepaald. In eene opene buis zal altijd een geheel
getal halve staande golven ontstaan. Ontstaat er door
de trilling der luchtmassa in de buis geluid, dan zullen de tril-
lingsgetallen der tonen, welke de buis kan voortbewegen, zich
derhalve ook als de getallen 1, 2, 3, 4, . . . moeten verhouden.
De laagste toon, met het cijfer 1 overeenkomende, is derhalve die,
waarvan de golflengte het dubbel is van de lengte der buis; men
noemt dien den grondtoon van de buis.
148. Opene en geslotene orgelpijpen. — De lucht in eene
buis of pijp kan op verschillende wijze in trilling worden gebracht.
Het best geschiedt zulks door een zoogenaamd mondstuk zoo
als in fig. 159 is afgebeeld. Door de opening bij P in den voet i
komt de lucht tegen den scherpen kant h aan, die de bovenlip
Fig. 159- wordt; aan de opening o heeft men den naam
van mond gegeven. Daar de lucht met kracht tegen
den kant van de lip h aankomt, wordt zij zamengedrukt;
deze zamendrukking plant zich in de buis voort, wordt
aan het einde teruggekaatst en keert daarna tot den
mond terug. Hier verhindert zij het uitstroomen der
luchtdeeltjes, zoodat de zamendrukking wordt versterkt;
deze zamendrukking plant zich op nieuw voort tot het
uiteinde, wordt door haar teruggekaatst, omvervolgens
dezelfde werking aan den mond te herhalen. De nit-
stroomingen worden dus hier periodiek en de lucht-
massa in de pijp geraakt in staande trilling. De grootte
van de opening is niet zonder invloed op het geluid;
bevindt zich de scherpe kant der lip dichter bijo, dan
trillingen elkander een weinig schielijker op. Daarom
maakt men aan de orgelpijpen veelal eene inrichting, waardoorde
opening grooter en kleiner kan worden gemaakt en aan den toon
dus nauwkeurig de verlangde hoogte kan worden gegeven.
Om de wetten bij de orgelpijpen te kunnen nagaan maakt men
gewoonlijk gebruik van den in fig. 160 afgebeelden toestel. Onderaan
bij S bevindt zich een blaasbalg, die door het pedaal Pin beweging
wordt gebracht en de lucht in D zamenperst. Van hier begeeft
volgen