Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
280.
lengte gelegen, knoopen ontstaan; in het midden en aan de beide
uiteinden ontstaan dan buiken. Men zal dus gemakkelijk inzien,
dat men hier, evenals bij de transversale trillingen, verschillende
harmonische tonen zal kunnen verkrijgen. Yoor den grondtoon van
longitudinaal trillende staven geldt de wet, dat het getal der
trillingen omgekeerd evenredig is aan de lengte; de
dikte en de vorm der dwarsdoorsnede oefenen daarop geen invloed
uit. Voor vei'schillende stoffen is het getal der trillingen niet gelijk;
eene stalen staaf brengt een hoogeren toon voort dan eene koperen
van gelijke lengte. Voor gespannen snaren geldt dezelfde wet;
de spanning zelve oefent echter geen invloed uit.
14-7. Trilling der lucht in buizen. — Wanneer zich in eene pijp
of buis eene luchtzuil bevindt, dan zal deze door de eene of andere
uitwendige oorzaak in trilling kunnen geraken. Wij kunnen ons voor-
stellen, dat die ontstaat, doordat aan het eene uiteinde der buis een
zuiger een klein eind wordt ingeschoven; was de lucht niet veer-
krachtig, dan zou op hetzelfde oogenblik een gedeelte der luchtkolom
aan het andere, opene uiteinde der buis er uit worden geschoven;
maar ten gevolge van de veerkracht worden op het eerste oogenblik
alleen de luchtdeeltjes, die zich het dichtst bij den zuiger bevinden,
vooruitbewogen, zamengedrukt of verdicht; die verdichting of zamen-
drukking plant zich voort op de volgende deeltjes tot aan het einde
der buis. Gaat de zuiger weer terug, terstond nadat hij de voor-
uitgaande beweging heeft volbracht, dan ontstaat er eene verdunning
en eene terugwaartsche beweging der deeltjes; op elke voortgaande
beweging der luchtdeeltjes volgt dus eene terugwaartsche, of als men
het liever aldus wil uitdrukken, op elke verdichting volgt dan eene
verdunning. Heeft dus de zuiger, die de oorzaak is van de be-
weging in de luchtzuil, eene snelle, heen- en weergaande, dat is eene
trillende beweging, dan zal ook de lucht in de buis in eene trillende
beweging geraken, die, wat haren aard betreft, volkomen overeen-
komt met die, welke wij vroeger als longitudinale trillingen hebben
leeren kennen (123). Wij komen dus tot het besluit, dat eene in
eene buis besloten lucht- of gaskolom in longitudinale trilling kan
worden gebracht. Zijn de uiteinden open, zoodat de beweging der
lucht geheel vrij is, dan zullen er, volgens hetgeen vroeger (130)
is gezegd, aan die uiteinden altijd buiken moeten ontstaan. Üaaren-