Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
278.
Tot dezelfde soort van trillende lichamen kan men ook de ge-
spannen vliezen of membranen brengen. Zij geven alleen
een merkbaar geluid, als er tegen geslagen wordt, zooals bij
trommen, tamboerijns en dergelijke het geval is; de knooplijnen
zijn daarbij evenwel niet gemakkelijk na te gaan. Dit geschiedt
echter zeer goed, wanneer men een gespannen vlies, waarvoormen
een dun over een houten raam gespannen papier kan nemen, inde
nabijheid van eene klok of een ander sterk geluidgevend lichaam
houdt. Heeft men op het vlies wat zand gestrooid, dan ziet men
dit, even als bij de glazen of metalen platen, in beweging geraken
en zich op de knooplijnen verzamelen. Dit zal echter niet bij alle
tonen gebeuren; de toon moet zoodanig zijn, dat het vlies kan
medetrillen.
De vorm van eene klok doet reeds onderstellen, datde wijze van
trilling meer zamengesteld moet zijn; nogtans is er veel overeen-
komst tusschen deze en die, welke bij platen wordt waargenomen.
Het getal der trillingen is weder evenredig aan de dikte en
omgekeerd evenredig aan het vierkant van de middel-
lijn. Voor den grondtoon ontstaan vier knooplijnen, door bogen
van 90^ gescheiden; alleen een even getal knooplijnen is mogelijk.
Daar, waar de klepel tegen de klok slaat of waar men met een
strijkstok er langs strijkt, moet een buik ontstaan. Men kan dit
duidelijk maken door in de klok of zelfs in een groot glas, dat op
een voet rust, wat water te schenken en dan met een strijkstok
langs den rand te strijken; aan de beweging van het water kan
men gemakkelijk de plaats der knooplijnen erkennen. Op de plaatsen,
waar zich de knooplijnen bevinden, zijn evenwel de deeltjes niet in
volstrekte rust, zooals duidelijk blijkt, als men tegen den binnen-
wand van eene omgekeerde, op een voet geplaatste klok een aan
een draad opgehangen balletje laat hangen en dan de klok geluid
laat geven. Het balletje wordt dan door de trilling van de klok
van haar afgestooten, in welk punt men het ook ophange; maar
waar zich de knooplijnen bevinden, geschiedt zulks met veel minder
kracht dan op eene plaats, waar zich een buik bevindt.
146. Longitudinale triHingen van vaste lichamen. —
Tot dusverre hebben wij alleen melding gemaakt van de verschijn-
selen en wetten, wanneer vaste lichamen in transversale trilling