Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
273
Hierbij moet echter opgemerkt worden, dat bij zwakke spanningen
de proef niet volkomen de wet bevestigt, hetgeen alïeen daaraan
schijnt toe te schrijven, dat bij de beschouwingen, die op theoretische
gronden tot bovenstaande formule geleid hebben, de snaar als
volkomen buigzaam wordt aangenomen, hetgeen in de werkelijkheid
het geval niet is. Men zou dus eigenlijk de spanning P nog moeten
vermeerderen met den invloed van de moleculaire krachten, welke
de volkomene buigzaamheid beletten.
Ook de tweede en vierde wetten kunnen worden aangetoond,
maar het is altijd moeilijk de dikte en het soortelijk gewicht van
de snaren met nauwkeurigheid te bepalen.
144. Harmonische tonen, — Wij hebben zoo even reeds op-
merkzaam gemaakt, dat men door verschillende wijzen van aan-
strijken de snaar zich kan doen verdeelen in een of meer staande
golven. Nemen wij in aanmerking, dat het getal der trillingen omge-
keerd evenredig moet zijn aan de lengte dier golven, dan volgt
daaruit aanstonds, dat eene zelfde snaar, welker spanning onver-
anderd blijft, tonen kan voortbrengen, welker trillingen zich ver-
houden als de geheele getallen 1, 2, 3, 4, enz. Men zal dus behalve
den eigenlijken grondtoon Cj 1), die ontstaat, wanneer er slechts
één buik gevormd wordt, kunnen doen ontstaan de octaaf Cj,
voorgesteld door 2, de octaaf van de quint G^, voorgesteld door
3, de dubbele octaaf C2, voorgesteld door 4, de terts E3, en
de quint G3 van laatstgenoemde, voorgesteld door 5 en 6; de toon, door
het getal 7 voorgesteld, komt in de gewone toonladder niet voor.
Aan deze tonen geeft men den naam van harmonische tonen.
Wanneer men eene snaar over hare geheele lengte laat trillen,
zal een geoefend oor, behalve den grondtoon, tevens verscheidene
van deze harmonische tonen vernemen. De snaar heeft dus niet
alleen de eenvoudige trillende beweging, welke den grondtoon
zou voortbrengen, maar bovendien nog de meer zamengestelde,
waardoor harmonische tonen worden voortgebracht.
Laat men eene snaar geluid geven, hetzij door haar met den
1) De onder aan de letters geplaatste cijfertjes duideu hier de tonen nader
aan; Cj, Dj, Ej..... Bi zijn die van de eerste octaaf. Cj, D.j, Ej enz.
die van de daarop volgende, en zoo verder.
18