Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
268.
uiteinde juist tegen het bladtin op den cilinder aankomt, en wel
in zoodanige richting, dat het loodrecht staat op de as van den
cilinder, dan zal elke beweging van het stiftje een indruk in het
bladtin kunnen te weeg brengen. Spreekt nu iemand in de nabijheid
van het in den metalen ring geplaatste metalen plaatje, dan geraakt
dit in trilling; die trillingen worden op het stiftje overgebracht,
dat dan ook in eene trillende beweging geraakt, tengevolge van
welke het dan eens meer, dan eens minder in het weeke bladtin
wordt ingedrukt. AVordt de cilinder tevens door middel van de
kruk in eene regelmatige ronddraaijende beweging gebracht, dan
zal het stiftje op het bladtin eene groef in den vorm van eene schroef-
lijn teekenen, die als men ze bij sterke vergrooting beziet, uit
eene aaneenschakeling van meer of minder diepe indrukken be-
staat, welke evenzeer als de golflijn bij den phonautograaf van
König, als een getrouw beeld van de trillingen van het plaatje
kunnen worden beschouwd.
Het merkwaardige van den phonograaf is echter daarin gelegen,
dat men door middel van deze in het weeke metaal gemaakte
groef het geluid, waardoor die ontstaan is, kan teruggeven.
Te dien einde plaatst men hetzelfde toestelletje, door hetwelk de
trillingen op het bladtin werden overgebracht, doch nu van de
voorzijde van een geluidstrechter voorzien, op nieuw bij den cilinder,
nadat men dien door eene teruggaande beweging van de kruk in
zijn oorspronkelijken stand heeft teruggebracht, en wel zoo dat
het stiftje juist bij het begin der in het bladtin gemaakte groef
uitkomt. Draait men nu den cilinder weer in de eerste richting
rond, dan zal het stiftje genoodzaakt zijn alle ongelijkheden van
de groef te volgen, daardoor in beweging geraken, en dezelfde be-
wegingen aan het metalen plaatje mededeelen op dezelfde wijze,
als het die bij het eerste gedeelte der proef van dat plaatje ont-
vangen had. Het plaatje geraakt daardoor in trilling en zal geluid
geven; zorgt men dat de beweging van den cilinder regelmatig is
en even schielijk als toen tegen het plaatje gesproken of eenig ander
geluid gemaakt werd, dan zal men duidelijk dezelfde geluiden
vernemen, niet alleen dezelfde hoogte van tonen, maar ook volkomen
dezelfde klanken, zoodat men zelfs de stem van de persoon die
gesproken heeft, kan herkennen. Het lijdt dus geen twijfel, of die
vei'schillende klanken staan in een nauw verband met de diepte