Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
266.
beter nog geschiedt het door, zooals in fig. 152 is aangeduid,
een houtje tusschen de beide beenen door te halen. Om het geluid
te versterken houdt men haar tegen een vast lichaam, dat dan
mede in trilling geraakt. Nog beter is het de stemvork op eene
aan een uiteinde geopende kast te bevestigen, zooals in de figuur
is voorgesteld; de zich daarin bevindende lucht trilt dan mede en
versterkt het geluid.
De in de toonkunst meest gebruikelijke stemvorken geven de a"
aan, die 870 trillingen zou moeten hebben; sommige de c" van517
trillingen; zij kunnen echter ook voor alle andere tonen gemaakt
worden.
142. Klank; de phonautograaf en de phonograaf. — Onder
de hoedanigheden van het geluid hebben wij in de derde plaats
den klank vermeld. Was de oorzaak van het verschil in sterkte
te zoeken in de amplitude der trillingen, die van het verschil in
hoogte in de snelheid of het getal der trillingen, de oorzaak van
verschil in klank, of wat men in 'tfransch timbre noemt, moet
worden gezocht in den aard der trillingen, dat is in de betrekkelijke
snelheid der beweging gedurende de onderdeelen eener ti'illing,
of, als men acht geeft op hetgeen vroeger over de gedaante der
golflijn is gezegd, in den vorm, welken die golflijn vertoont.
Men kan zich gemakkelijk proefondervindelijk overtuigen, dat
inderdaad verschil in klank gepaard gaat met verschil in den aard
der trillingen; men bedient zich daartoe van de reeds meermalen
vermelde graphische methode, toegepast op een eenigszins gewij-
zigden toestel. De phonautograaf van König (1864) bestaat
namelijk uit eene tonvormige metalen klok of buis, ongeveer een
halve meter lang en drie decimeter in middellijn, aan den eenen
kant gesloten door eene metalen plaat, waarin eene opening is, die
door een zeer dun vliesje van caoutchouc wordt gesloten. Aan de
buitenzijde van dit vliesje wordt een borstelhaar bevestigd; dat met
zijn uiteinde tegen een draaijenden cilinder aankomt, die, even als
de in fig. 139 afgebeelde, voorzien is van een met rookzwart be-
dekt papier. Wordt nu een of ander geluid gemaakt en de ope-
ning van de klok daai'heen gekeerd dan geraakt de zich daarin
bevindende lucht en door deze het vliesje in trilling; het borstelhaar
zal dan op het zwarte papier eene golflijn beschrijv^. Doet men