Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
263.
toon; begint men dus de gewone toonladder met A in plaats van
met C, dan heeft men de mineur-toonladder. Men kan ook met
andere beginnen, doch moet dan enkele tonen door hunne kruisen
of mollen vervangen.
De ongelijkheid der intervallen en meer bepaald die van de groote
en kleine heele tonen, waarvan de eerste door de andere door
9
worden voorgesteld, is oorzaak, dat wanneer een muziekinstru-
8
ment volkomen gestemd is voor de toonladder, die met C begint,
het niet juist gestemd zal wezen voor de toonladder, die met een
anderen toon aanvangt. Nog meer zal dit het geval zijn, omdat,
zoo als reeds opgemerkt is, het kruis van een toon en de mol van
den volgenden toon niet gelijk zijn; door op de verschillende toon-
ladders de berekening toe te passen, kan men zich hiervan overtuigen.
Om evenwel te voorkomen, dat daardoor minder aangename akkoor-
den ontstaan bij instrumenten met vaste tonen, zoo als de piano, geeft
men aan iederen toon eene gemiddelde hoogte, zoodat hij eigenlijk
dan eens te hoog, dan weer te laag is; dit verschil is echter zoo
gering, dat een niet buitengewoon geoefend oor het niet verneemt.
Dit noemt men den toon temperen. Geschiedt dit op zoodanige
wijze, dat alle halve tonen even groot genomen zijn, dan noemt
men deze wijze van temperen de gel ij kzwevende tempera-
tuur. Daar er tusschen den grondtoon en de octaaf twaalf inter-
vallen van een halven toon zijn, zal elk in dit geval worden uitgedrukt
12
door 2 = 1,05946... Berekent men de getallen, waardoor in
dit geval elk der tonen wordt voorgesteld, dan zal men bevinden,
dat het verschil van deze met die van de gewone toonladder zeer
gering is.
140. Aantal trillingen van een bepaalden toon; grens
van hoorbare tonen. — Uit het bovenstaande blijkt, dat men als
grondtoon C iederen toon zou kunnen aannemen, mits men slechts de
andere tonen daarnaar regelt. Om echter daarin meer overeenkomst
te hebben, heeft men vroeger in de theorie als C een toon aangenomen,
door 32 = 2® trillingen iu de seconde voortgebracht; de hoogere
machten van 2 zouden dus hoogere octaven van die C voorstellen.