Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
262.
5 24 8
en A i? door — X = ; de laatste is dus iets hooger. Het
O ZiO O
verechil wordt uitgedrukt door -- - en de verhouding tusschen
80
128
deze beide tonen door de breuk —; het onderscheid is evenwel
nauwlijks merkbaar, en het is dan ook niet hinderlijk voor het
gehoor, indien men bij sommige instrumenten, zooals de piano,
voor beide denzelfden toon neemt. Bij die snaarinstrumenten,
bij welke men zelf den toon maakt door de snaar op eene bepaalde
plaats te drukken, zooals bij de viool en de violoncel het geval
is, kan men echter de toonladder volkomen zuiver maken, onver-
schillig met welken toon men begint.
In de zoogenaamde chromatische toonladder, waar het inter-
val tusschen twee achtereenvolgende tonen altijd slechts een halve
toon is, en die dus uit 13 in plaats van uit 8 tonen bestaat, wordt
hierin geen onderscheid gemaakt, daar noodzakelijk Cen D ]?, D j;^
en Ej), en de verder tusschen de tonen van de gewone toonladder
ingevoegde twee aan twee door denzelfden toon moeten worden
uitgedrukt.
Behalve van de boven beschreven gewone toonladder maakt men
ook nog van eene andere gebruik, niet afgeleid van het volmaakt
akkoord, dat met de groote terts begint, maar van het zoogenaamd
klein of mineur-akkoord, dat met de kleine terts aanvangt,
waarop men dan de groote terts laat volgen; dit akkoord wordt
6 3
dus uitgedrukt door de getallen 1, — > 2. Voegt men daar
5 2
nu ook de tonen bij, die men verkrijgt door de quart en quint als
grondtonen van een mineur-akkoord te nemen, dan vindt men
4 6 _ 8 4 3 _ 3 ^ 3 9
9
dezen laatsten weder door de lagere octaaf — vervangende, zal men
O
. . .X. . 9 6 4 3 8 9 „ „ ^
dus hebben 1, —> —> -x-» —» —» —, 2, welke de mineur-
o O O 2 5 5
toonladder uitmaakt. Door de intervallen tusschen elke twee
achtereenvolgende tonen te berekenen vindt men, dat er halve
tonen zijn tusschen den 2cn en 3en, alsmede tusschen den 5enen6en