Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
258.
niet alleen onderscheiden, welke van twee tonen de hoogste is,
maar ook welke betrekking er tusschen die tonen bestaat, zoodat
een gelijk verschil in hoogte op hun gehoororgaan steeds denzelfden
indruk maakt. De geschiktheid om dit op te merken, welke men
doorgaans muzikaal gehoor noemt en die bestaat in eene
vaardigheid om een bepaalden toon te erkennen en verschillende
tonen met elkander te vergelijken, is derhalve eigenlijk de vaar-
digheid om de snelheid of het betrekkelijk getal der trillingen
van verschillende tonen nauwkemng te kunnen waarnemen en ver-
gelijken, al kent men dat getal zelf niet.
Het spreekt wel van zelf, dat de betrekking tusschen die tonen,
voor welke het getal der trillingen in eene zeer eenvoudige ver-
houding tot elkander staat, het gemakkelijkst waargenomen wordt.
Dit zal in de eerste plaats het geval moeten zijn met die tonen,
waarvoor het getal der trillingen zich verhoudt als de getallen 1,
2, 4, 5, enz. De ondervinding heeft dit bevestigd; duidt men
bijv. zekeren grondtoon, dat is het aantal van zijne trillingen,
aan door 1, dan kan men den toon, welke door een dubbel aantal
trillingen wordt voortgebracht en dus door het getal 2 kan worden
voorgesteld, zeer gemakkelijk erkennen; men noemt dien de octaaf.
Na dezen komt het eerst in aanmerking de toon, voor welken het
getal der trillingen zich tot dat van den grondtoon verhoudt als 3 :2,
en die dus wordt voorgesteld door de breuk-—; dezen toon noemt
&
men de quint van den grondtoon. De verhouding 4: 3 wordt quart
genoemd; 5 : 4 heet groote terts; 6:5 kleine terts. De
onderlinge verhouding dezer tonen wordt gevonden door deze
breuken in elkander te deelen. Zoo is bijv, de betrekking tusschen
de quart en de quint
4 9
: — = - - of de groote secunde,
O 8
tusschen de groote en de kleine terts
4 5
quart en de groote terts — : =
2^
24
— - —, tusschen de
26
15
cunde, tusschen de quint en de groote terts
of de
3
kleine s e-
5 _ 6
daar deze laatste breuk dezelfde is als die van de kleine terts, zoo
volgt er uit, dat de verhouding van deze tot den grondtoon