Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
geraakt; doch het is slechts de zwaarte van den bal, die hem in
beweging brengt, hetgeen onmogelijk was, zoolang de hand hem
vasthield ; men heeft dus slechts de hinderpalen voor de beweging
weggenomen. Staat iemand in een bootje, op het oogenblik dat
het tegen den oever aanstoot, dan loopt hij gevaar te vallen; zijn
lichaam deelde in de beweging van het bootje en behoudt dus die
beweging; zijne voeten evenwel, die op het bootje rusten, kunnen
de beweging van het lichaam niet terstond volgen, en hij valt naar
den oever toe.
Door deze en een onnoemelijk aantal dergelijke verschijnselen
vindt men overal de wet bevestigd, dat de lichamen in den
toestand van rust of van beweging, waarin zij zich
bevinden, volharden, tot dat eene uitwendige oorzaak
daarin verandering brengt. Op grond daarvan noemt men
de stof traag, terwijl men de eigenschap zelve traagheid of
inertie noemt. Strikt genomen is hier geen sprake van eene
eigenschap der stof, maar van de algemeene natuurwet, dat niets
zonder oorzaak geschiedt; daarom drukt ook het woord traagheid,
waaraan men licht eene minder juiste beteekenis zou hechten, het
denkbeeld niet zoo juist uit als inertie, dat men door werke-
1 oosheid zou kunnen vertalen, en dus beter te kennen geeft, dat
de stof uit zich zelf haren toestand van rust of beweging niet
kan veranderen.
14. Krachten; eenheid van kracht. — Reeds meermalen
hebben wij de uitdrukking kracht gebruikt als oorzaak van
het een of ander verschijnsel; daar eene kracht evenwel steeds
beweging voortbrengt of wijzigt, of althans zulks tracht te doen,
kan men elke oorzaak, geschikt om beweging voort te
brengen of te wijzigen, eene kracht noemen.
Bij de krachten, welker werking inde natuur wordt waargenomen,
heerscht eene groote verscheidenheid, vooral wat den aard der ver-
schijnselen aangaat, die zij te weeg brengen. Zoo hebben wij reeds
eene kracht leeren opmerken, die de moleculen der vaste lichamen
bijeenhoudt; eene andere, welke oorzaak is van de uitzetting der
lichamen; eene derde, die maakt, dat een losgelaten bal ter aarde
valt; later zullen wij er nog andere leeren kennen, zoo als in den
magneet, die een stuk ijzer tot zich trekt, en in den galvanischen