Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
253.
tonen aanduiden door drie hoedanigheden, namelijk 1®. de inten-
siteit of sterkte; 2». de hoogte en 3®. den klank. Wij
zullen deze achtereenvolgens beschouwen.
135. Sterkte van het geluid. — De sterkte van een toon
hangt in de eerste plaats af van de xiitwijking of de amplitude der
trillingen van het geluidgevend lichaam en is, zooals wij vroeger
(121) gezegd hebben, evenredig aan de tweede macht der ampli-
tude. Bij klokken, snaren, enz. merkt men duidelijk, dat het
geluid sterker is, als de trillende beweging sterker is. Maar ook
de grootte en vorm van het trillende lichaam oefenen hierop invloed
uit. Eene groote klok geeft veel sterker geluid dan een klein
klokje, en dit wordt wederom veel duidelijker vernomen dan de
toon, door de trilling eener staaf of snaar veroorzaakt. Veelal
echter kan men het geluid versterken door de trillende beweging
mede te deelen aan andere lichamen, die door hunne grootere
oppervlakte eene groote massa lucht in beweging brengen. Daarom
zal eene op een viool of harp gespannen snaar een veel sterker
geluid geven, dan wanneer zij niet met zoodanig instrument ver-
bonden is; de beweging is echter in het eerste geval ook veel
spoediger uitgeput dan in het tweede.
Uit hetgeen vroeger over de voortplanting van trillingen is ge-
zegd (122) blijkt duidelijk, dat de amplitude moet afnemen, wanneer
de voortplanting in verschillende richtingen plaats heeft. Immers
moeten zich bij de voortplanting van het geluid in de lucht spherische
golven vormen en zal dus de amplitude der trillingen kleiner worden ;
derhalve zal ook de sterkte van het geluid moeten afnemen in de
omgekeerde reden van de tweede machten der afstanden. Proef-
ondervindelijk heeft men zich hiervan overtuigd door volkomen
gelijke klokken alleen of gezamenlijk op verschillende afstanden
geluid te doen geven.
Wanneer het geluid zich niet in alle richtingen kan voortplanten,
zal de verzwakking minder aanzienlijk zijn. Kan de voortplanting
slechts in ééne richting geschieden, dan moet het geluid zijne sterkte
behouden. Dit is bijv. het geval, wanneer het zich in lange buizen
voortplant; op eene geringe verzwakking na, veroorzaakt door de
wrijving der moleculen tegen de wanden, wordt het onveranderd aan
het uiteinde der buis^fc gehoord. Men maakt hiervan eene nuttige