Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
249.
die derhalve op de lijnen a'd', ad en BD loodrecht staat. Men
noemt het vlak, dat gaat door trillende deeltjes, die in dezelfde
phase zijn, en waai-van de lijn BmnC, die loodrecht staat op de
richting, waarin de golf wordt voortgeplant, eene doorsnede voor-
stelt, golffront; evenzoo zal dus Xidd'A de doorsnede van
een golffront in de tweede middenstof voorstellen en de lijn BD
de richting aanwijzen, waarin de nieuwe golf wordt voortgeplant.
In welke betrekking die richting staat tot de oorspronkelijke rich-
ting CA, laat zich gemakkelijk aantoonen. Uit den driehoek CAB
volgt, dat AC = AB sin. CBA, uit DAB, dat BD - AB. sin. DAB
is; derhalve is
AC _ sin. CBA
sin, dab'
De hoek CBA is gelijk aan den hoek NBH, dien de richting
der invallende golf maakt met de normaal HB en dien wij boven
reeds hoek van invalling hebben genoemd; DAB is gelijk aan
DBL, welken de richting van de gebroken golf maakt met dezelfde
normaal; dezen noemt men den hoek van breking.
Wij zien dus, dat de verhouding tusschen de sinussen
der hoeken van invalling en van breking bij den over-
gang van eene golf van de eene middenstof in eene
andere standvastig moet zijn, en wel, blijkens hetgeen
vooraf is gegaan, dezelfde als de verhouding tusschen de
voortplantingssnelheden der trillende beweging in de
beide middenstoffen.
B. Geluidslee r.
133. Trillingen, als oorzaak van het ontstaan en het
voortplanten van het geluid. — Den indruk, dien de trillin-
gen van de lucht of van vaste lichamen op den gehoorzin maken,
noemen wij geluid. Om de juistheid dezer bepaling te bewijzen,
is het in de eerste plaats noodig aan te toonen, dat inderdaad
overal, waar wij geluid waarnemen, trillingen plaats hebben.
Slaat men tegen eene metalen of glazen klok, zoodat zij geluid