Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
246.
gelegen punten B' en C', en dus kan worden teruggekaatst, heeft
zich de trillende beweging van a reeds voortgeplant tot de opper-
vlakte van een bol, beschreven met een straal AD = BH' = CC'.
De tusschenliggende punten a, a' van den wand komen eveneens
later dan A met de van 51 uitgaande spherische golf in aanraking
en wel zooveel later als noodig is om de wegen ha, h'a' af te
leggen. In denzelfden tijd, dat de beweging van A zich voortplant
tot D, zal de beweging van a zich voortplanten tot de oppervlakte
van een bol, beschreven haet een straal, gelijk aan het verschil
AD — ah, en evenzoo de beweging van a' tot het bolvormig op-
pervlak, dat AD — a'h' tot straal heeft. Deze stralen worden
geconstrueerd door een met BAC concentrischen cirkel te beschrijven,
die MB' tot straal heeft, en de stralen W) en M// door te trekken;
de lijnen am en aW zijn dan de stralen der uit a en a' te be-
schrijven bollen. Wil men nagaan, welke moleculen in trilling
komen op hetzelfde oogenblik, dat de golf in B' en C aankomt,
dan wordt hunne plaats aangewezen door het oppervlak, dat al
deze uit A, a, a' als middenpunten beschrevene bollen omvat;
men ziet aanstonds in, dat dit een bolvormig oppervlak BnViDC'
moet zijn, uit een punt M', even ver achter PQ gelegen, als M
er voor ligt, beschreven met een straal M B' = MB'. Wij leiden
hieruit dus de belangrijke eigenschap af. dat, wanneer een golf
tegen een vlakken wand wordt teruggekaatst, de terug-
gekaatste golf juist zoodanig is, als zij zou zijn. indien
zij was uitgegaan van een punt, even ver achter die
grens gelegen, als het oorspronkelijke uitgangspunt
er vóór gelegen is.
Uit de gelijkheid van AM en AM' volgt terstond de gelijk- en
gelijkvormigheid der driehoeken MorA en M'aA, Ma'A en Ma'A,
en dus ook de gelijkheid der hoeken MaA = naP, Ma'A ^ n'a'P.
Daar nu de lijnen an en a'n blijkbaar de richting voorstellen,
waarin de teruggekaatste trillende beweging in de punten a en a'
wordt voortgeplant, zoo volgt uit de zooeven aangetoonde gelijkheid
der hoeken, dat de hoeken, welke de aankomende en teruggekaatste
golf met de grensvlak te maken, aan elkander gelijk moeten zijn.
Gewoonlijk noemt men den hoek, dien de richting der aankomende
golf maakt met de lijn, die loodrecht staat op het terugkaatsende
oppervlak, den hoek van invalling, en dien, welken de richting