Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
moeten nu nog het geval beschouwen, dat de trillingen niet, zooals
toen was ondersteld, overgaan op eene dichtere middenstof, maar op
eene minder dichte, zooals bijv. het geval zal zijn bij eene staaf,
die men in trilling brengt door tegen zijn eene uiteinde een stoot
te geven; de trillingen zullen zich dan voortplanten tot het andere
vrije uiteinde en daar op de lucht overgaan. Zij zullen echter ook
op die staaf zelve terugwerken; de aan het uiteinde gelegen mole-
culen zullen namelijk hunne beweging voortzetten, alleen met dat
onderscheid, dat de afwijking geringer wordt tengevolge van den
overgang van een gedeelte der beweging in de minder dichte midden-
stof; die moleculen worden dus weder middenpunten van nieuwe
golven, die zich terugwaarts in de eerste middenstof voortplanten;
en daar hier niet, zooals bij de terugkaatsing tegen een vasten
wand of bij den overgang in eene dichtere middenstof, de beweging
in eene tegenovergestelde wordt veranderd, maar de golf slechts
eene voortzetting van de onmiddellijk voorafgaande is, zoo hebben
wij hier het geval van twee tegenovergestelde golven van gelijke
lengte, en zonder verschil in phase. Wil men voor eenig punt de
afwijking berekenen, die het gevolg is van de zamenwerking der
beide golven, dan heeft men in de vroeger gebruikte formule voor
de berekening van A de waarde van a " niet, zoo als toen is ge-
schied, met tegenovergesteld teeken te nemen, maar eenvoudig
A = a'-H a" te stellen. Substitueert men voor a' en a" de vroeger
aangewezene waarden, den vindt men, na herleiding.
X
A = 2a. COS. 27r—r-. sin. 2;r

waaruit men op dergelijke wijze atleidt, dat de afwijking nul zal
zijn en er derhalve knoopen ontstaan in alle punten, aangewezen
door de formule z = terwijl zij de grootste wordt
in de punten, waarin x = n-^ is; n duidt hier, evenals vroeger,
een willekeurig geheel getal aan.
Men kan zich van de terugkaatsing tegen een vrij uiteinde eene
voorstelling maken door tegen een touw, dat vrij is opgehangen.