Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
238.
uitging, krijgt men dan een beeld, dat elk oogenblik van plaats
verandert, en daar die verandering bijzonder snel plaats heeft, zien
wij, in plaats van een licht punt, eene lichte lijn, evenals bij den
kaleidophoon, aan welken men door één stoot slechts ééne beweging
gegeven heeft. Plaatst men nu eene tweede, eveneens van spiegeltjes
voorziene stemvork zoodanig, dat de lichtstraal, door de eerste
teruggekaatst, daarop invalt, en wordt de tweede dan eveneens in
trilling gebracht, dan zal de beweging van het lichtende punt nog
zamengestelder worden, indien de stand van de tweede stemvork
zoodanig is, dat de richting, waarin de trillingen plaats hebben,
verschilt van die der eerste. Jlen krijgt dan zeer verschillende
figuren, die des te zamengestelder zullen zijn, naar gelang zoowel
het verschil in phase, als het verschil in trillingstijd der beide tril-
lende bewegingen aanzienlijker is. Heeft men zeer sterk licht, dan
kan men de tweemaal teruggekaatste lichtstraal op een scherm
opvangen, waarop alsdan de figuren duidelijk te voorschijn komen.
Is het licht voor zoodanige proef niet sterk genoeg, dan plaatst
men in de richting van den tweemaal teruggekaatsten lichtstraal
een kijkertje, waardoor men dan het verschijnsel kan waarnemen.
128. Beginsel van Huijgens. — Wij hebben bij de voort-
planting van de trillende beweging ons voorgesteld, dat die bij één
molecule begint en zich voorts aan de andere mededeelt; wij kunnen
echter ons ook de zaak eenigszins anders voorstellen, door namelijk
elk molecule, dat op een bepaald oogenblik in beweging is, te
beschouwen als een nieuw middenpunt van eene bolvormige golf,
zoodat de trillende beweging van het geheele zamenstel van mole-
culen te beschouwen zou zijn als het resultaat van de interferentiën
van al die spherische golven te zamen. Dat men in beide gevallen
.ot dezelfde uitkomst moet gerakèn, kan uit het volgende blijken,
^ij in fig. 144 M het punt, van hetwelk de trillende beweging uitgaat,
dan zullen na een oogenblik alle moleculen A, B, C, D,.... die
m het oppervlak van een bol gelegen zijn, met een straal AM be-
schreven, eene gelijke trillende beweging bezitten. Elk dier moleculen
nu kan beschouwd worden als een nieuw uitgangspunt van beweging,
en dus als het middenpunt van eene nieuwe spherische golf. Beschrijft
men dus uit de verschillende punten A, B, C, D,----cirkels met
gelijke stralen, welke de doorsneden voorstellen van het vlak van