Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
217.
merkt. Van ammoniakgas wordt het OOvoud, van koolzuurgas het
20voud van het schijnbare volume van de kool opgenomen. Ook
andere gassen, zelfs de dampkringslucht, worden door kool geab-
sorbeerd, doch in geringere mate; voor lucht is dit slechts het
Fig. 138. vijfvoudig volume. Dat lucht geabsorbeerd wordt,
blijkt ook daaruit, dat kool, die aan de lucht
blootgesteld is geweest, hare geschiktheid om
andere gassen te absorbeeren verliest.
Dezelfde eigenschap wordt ook in hooge mate
waargenomen bij de zoogenaamde platinaspons,
welke uit zeer fijn verdeeld platina bestaat. Wordt
een stroom waterstofgas daarop geleid, dan is
de absorptie zoo sterk, dat door de daarbij ont-
wikkelde warmte het gas ontvlamt. Op deze
eigenschap berust de werking der zoogenaamde
waterstof-vuurlamp van Döbereiner. Bij de beide vermelde stoffen
wordt het absorptie-vermogen zeer vermeerderd, doordat zij zich in
een fijn verdeelden toestand bevinden en dus eene zeer groote
oppervlakte hebben. Doch ook bij lichamen, welke eene gladde
oppervlakte hebben, heeft eene aankleving van gassen plaats. Dit
is onder anderen het geval bij glas. Plaatst men een glas, waarin
men water geschonken heeft, onder de klok van de luchtpomp,
dan ziet men vooral aan de wanden luchtbellen te voorschijn komen.
Hetzelfde kan men opmerken, als men water in eene glazen kolf
verwarmt. Om dezelfde reden is het noodig het kwikzilver in de
barometerbuis te koken, daar men anders de lucht, die aan het
glas kleeft, niet kan verwijderen. Uit deze en dergelijke verschijn-
selen mogen wij besluiten, dat alle vaste lichamen door een dun
laagje gas, dat waarschijnlijk aan hunne oppervlakte verdicht is,
omgeven zijn.
Deze eigenschap geeft tevens eene verklaring van de zoogenaamde
wasembeeld en. Beweegt men een staaQe over eene gepolijste
metalen of glazen oppervlakte en ademt men vervolgens daartegen,
dan komen de geschreven figuren duidelijk te voorschijn. Men kan
dit op de volgende wijze verklaren. Een lichaam, dat goed gezuiverd
en gepolijst is, kan de waterdamp, dien men uitademt, beter aan
zijne oppervlakte verdichten, dan wanneer het eenigszins vuil is;
dit is iedereen bij ondervinding bekend. Wordt eene glazen of