Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
y
9. Uitzetbaarheid ©n zamendrukbaarheid. — Daar alle
lichamen de eigenschap hebben van, binnen zekere grenzen, door
toenemende warmte zich uit te zetten , en daarentegen door koude,
of ook wel door sterke drukking, een kleiner volume te beslaan,
zoo kan men ook de uitzetbaarheid en zamendruk-
baarheid onder de algemeene eigenschappen rangschikken. Deze
staan, zoo als reeds is opgemerkt, in een nauw verband met de
poreusheid, van welke zij de gevolgen zijn; want wanneer een
ichaam zich uitzet of zamengeperst wordt, dan zijn het niet de
atomen, maar wel hunne tusschenruimten of poriën, welkegrooter
of kleiner worden.
10. Veerkracht of elasticiteit. ~ Zoolang de oorzaken,
welke eene verandering der gedaante van een lichaam ten gevolge
hebben, blijven werken, zal het dien nieuwen vorm behouden;
maar wat zal er gebeuren, wanneer de werking van die uitwendige
kracht ophoudt? Zullen de deeltjes ook dan nog hunne nieuwe
plaats behouden . of zullen zij de vorige hernemen? De ervaring
leert, dat dit geheel afhankelijk is zoowel van den aard der stof,
waaruit het lichaam bestaat, als van de grootte der uitwendige
krachten, die er op werken. Nemen wij bijv. eene stalen veer en
buigen wij die een weinig, dan zal zij, als wij haar loslaten, haren
vroegeren vorm hernemen. Eene balein zal, na eene geringe bui-
ging, hare vorige gedaante herkrijgen; buigen wij die daarentegen
sterk, dan behoudt zij eene bocht. Hetzelfde is het geval met een
vel papier, een rietstok, enz. Terwijl bij sommige lichamen de
verplaatsing der deeltjes reeds blijvend is. al is de uitwendige
invloed ook zeer gering geweest, zal bij andere zelfs een aanzien-
lijke kracht nog geen blijvende verandering in den vorm kunnen
bewerken. Die eigenschap nu, die maakt dat de lichamen hunnen
vroegeren vorm trachten te hernemen , wanneer zij door eene uit-
wendige en gedurende korten tijd werkende kracht dien verloren
hebben, noemt men veerkracht of elasticiteit. Een lichaam
zou volkomen veerkrachtig zijn, als het steeds nauwkeurig zijne
vorige gedaante weder aannam; de ervaring leert echter, dat men
elk lichaam eene blijvende vervorming kan doen ondergaan , mits
men de werking slechts langdurig en sterk genoeg maakt; de deeltjes
hebben dan een anderen stand ten opzichte van elkander aange-