Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
een boog van 29 dier halve graden in 30 gelijke deelen verdeeld,
dan is de afstand van de eerste deellijntjes op de schaal of rand
en op den nonius na de zamenvallende ^^^ halven graad
of 1'; men zal dus met behulp van zoodanig werktuig cirkelbogen
en hoeken tot op eene minuut nauwkeurig kunnen meten.
8. Poreusheid. — Eene tweede algemeene eigenschap der
lichamen is daarin gelegen , dat de moleculen of atomen, waaruit
zij bestaan, niet onmiddellijk met elkander in aanraking zijn, maar
door tusschenruimten van elkander zijn gescheiden. Die tusschen-
ruimten noemt men poriën; men bedoelt echter daarmede niet
de openingen of gaatjes, die men aantreft bij vele stoffen van orga-
nischen oorsprong, zoo als hout, leer, spons, en die men, des
noods met een sterk vergrootglas, kan waarnemen, of bij enkele
anorganische stoffen, zoo als puimsteen en platinaspons, maar de
voor het bloote en zelfs voor het gewapende oog onmerkbare
tusschenruimten, die bij alle lichamen tusschen de moleculen moeten
aanwezig zijn. Het eenvoudigste bewijs dezer eigenschap vindt men
in de uitzetting en inkrimping, welke alle lichamen door de wer-
king der warmte ondergaan. Uitzetting, dat is vermeerdering van
volume, kan niet worden toegeschreven aan een grooter worden
der atomen zeiven, hetwelk met het begrip van atoom in strijd
zou zijn; evenmin kan men de oorzaak van inkrimping zoeken in
een kleiner worden der atomen, of in een in elkander dringen van
deze, welk laatste met de ondoordringbaarheid der stof niet zou
zijn overeen te brengen; er blijft dus niets anders over dan de
verandering van volume toe te schrijven aan verandering van den
ouderlingen afstand dier atomen, dat is van de poriën.
De poreusheid van stoffen, bij welke men geen poriën kan waar-
nemen , kan men proefondervindelijk aantoonen. Schenkt men eerst
water en daarna alcohol of ether in een vat, dan zal na de ver-
menging het volume van het mengsel kleiner zijn dan de som der
volumen van het water en den alcohol of ether afzonderlijk.
Eveneens hebben proeven met verschillende metalen aangetoond,
dat zij, te zamen gesmolten zijnde, een geringere ruimte beslaan
dan voorheen. Dit kan natuurlijk niet geschieden, tenzij de
poriën van het eene metaal door deeltjes van het andere gevuld
worden.