Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
204.
zijn volgens MR, die met AM een scherpen hoek maakt, en der-
halve een bollen vorm aannemen.
In het bijzondere geval, dat 2Q = P is, verdwijnt de horizontale
resultante {2Q—P) sm. 45» der op het molecule M werkende
moleculaire krachten geheel, zoodat daarop geen andere werken dan
de verticale ontbondene Psm. 45^ en zijn eigen gewicht. De opper-
vlakte der vloeistof zal zich dan in een toestand bevinden, die
tusschen de twee zoo even vermelde gelegen is 1).
Wij zien dus door de theorie volkomen bevestigd, dat wanneer
eene vloeistof groote adhaesie bezit voor eene vast lichaam, zij tegen
den wand hol staat, zooals bij A in fig. 125, doch wanneer de
adhaesie gering is, bol, zooals in fig. 126. Wordt nu eene andere
Fig. 125.
Fig. 126.
platte oppervlakte
nabij den wand ge-
houden, zoo als bij
B, dan zal ook
daartegen in het
eene geval de vloei-
stof hol, in het
andere bol gaan
staan; bij de eene
zal dus de vloeistof eene holle, bij de andere eene bolle opper-
vlakte vormen. Vervangt men de beide vlakke platen door een
buisje, dan heeft er overal langs den cilindrischen wand öf oplich-
ting öf neerdrukking der vloeistof plaats, en hare oppervlakte zal
dus in C in het eene geval eene holle, in het andere eene bolle
gebogen oppervlakte vormen, die nagenoeg met die van een
bolvormig segment overeenkomt.
1) In de meeste leerboekea (Jamia, Wüllner, Külp) wordt gezegd, dat
de oppervlakte in dit geval horizontaal moet zijn, waar zij met het vaste
lichaam in aanraking is, omdat alleen verticale krachten op de moleculen
werken. Dit zou echter alleen dan juist zijn, als die verticale krachten
onderling gelijk waren, hetgeen het geval niet is; ook zal de horizontale
resultante voor moleculen, die niet, zooals M, onmiddellijk aan den wand
gelegen zijn, voor 2Q = P niet nul worden, daar Q en P daarvoor niet
dezelfde waarde behouden. De nadere beschouwing van dit geval ligt
echter buiten de grenzen van dit leerboek.