Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
202.
men eene tweemaal omgebogen buis, waarvan de eene arm wijd,
de andere nauw is, en schenkt men het water daarin, dan ziet men,
dat het in den nauwen arm hooger blijft staan dan in den wijden.
Doet men dezelfde proef met kwikzilver, dan zal men daarentegen
bevinden, dat het kwikzilver in het nauwe buisje lager staat dan
daarbuiten of in de wijde buis.
Aan de buisjes met zeer kleinen diameter geeft men den naam
van haarbuisjes of capillaire buisjes; de verschijnselen zelve
noemt men daarom capillaire verschijnselen.
Zij zijn schijnbaar in strijd met de wetten der hydrostatica; wij
zullen nagaan, in hoeverre eene verklaring van die afwijking te
vinden is in de moleculaire werkingen, dat is in de aantrekking,
welke de wanden van het buisje en de vloeistof op elkander uit-
oefenen, en in de moleculaire drukking in de vloeistof zelve.
Wanneer een vaste wand AB (Fig. 122) wordt gedompeld in eene
vloeistof, waaiwan XY de horizontale oppeI•^dakte voorstelt, dan zal een
molecule M van de vloeistof in de
eerste plaats onderhevig zijn aan
de aantrekking van alle vochtmo-
leculen binnen YMB, welke kan
worden voorgesteld door eene en-
kele resultante P of MD, welke
den hoek YMB middendoor deelt.
De aantrekking van den wand AB
op het molecule M, welke even-
zeer door het hooger gelegen ge-
deelte AM als door het lagere
gedeelte BM wordt uitgeoefend, kan worden voorgesteld door eene
kracht, in M loodrecht op AB werkende of ook door twee gelijke
krachten EM FM = Q, welke de hoeken AMX en BMX midden-
door deelen. Worden nu de krachten P, Q en Q alle drie ont-
bonden in horizontale en verticale, dan verkrijgen wij in de rich-
ting MA eene kracht (J sin. 45^, in de richting MB eene kracht
(P + Q) 45°, in de richting MX eene kracht 2Qsm. 45°, en
in de richting MY eene kracht P sin. 45® 1). Trekt men de tegen-
X

1) In plaats van sin. 45° kan men de waarde 1/2 plaatsen, indien