Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
196.
oppervlakte los te rukken; daar er geen vloeistof aan hangen blijft,
is de kracht enkel noodig om de adhaesie te overwinnen. Wij
zien dus, dat de coliaesie bij kwikzilver aanzienlijker is dan zijne
adhaesie aan glas. De grootte dezer laatste kracht laat zich moeilijk
bepalen; de warmtegraad oefent er ook een sterken invloed op uit.
111. Bolvormige gedaante van vloeistoffen. — Wanneer
eene vloeistof in een vat wordt geschonken, neemt zij den vorm
van dat vat aan, terwijl hare oppervlakte horizontaal blijft; dit is,
zooals wij gezien hebben, het gevolg zoowel van de werking der
zwaartekracht als van de beweeglijkheid der deeltjes. De omstan-
digheden kunnen echter van dien aard zijn, dat van deze wet wordt
afgeweken; dit kan men bijv. waarnemen, als men geringe hoeveel-
heden eener vloeistof uitstort op eene oppervlakte, welke zij niet
bevochtigt, zooals kwikzilver over eene glazen plaat of over een
vel papier, of water over eene vette oppervlakte. De vloeistof
breidt zich dan niet uit, maar vormt druppels, welke des te zui-
verder bolvorm zullen hebben naarmate zij kleiner zijn. Dit wordt
daardoor veroorzaakt, dat de cohaesie der vochtdeeltjes aanzienlijker
is dan de werking der zwaartekracht en hunne adhaesie aan het
vaste lichaam. Dat deze laatste echter ook werkzaam is, blijkt
daaruit, dat zeer kleine kwikbolletjes onder aan eene glazen plaat
of aan een glazen staafje kunnen blijven hangen.
Het voorbeeld van de kleine kwikbolletjes op glas, van de waterbol-
letjes op vette oppervlakten, alsmede de nagenoeg bolvormige gedaante
van de meeste vochtdroppels, moet ons tot het vermoeden brengen, dat
de vloeistoffen door den zamenhang van hare deeltjes een streven
hebben om eene bolvormige gedaante aan te nemen, doch dat in vele
gevallen de zwaartekracht en de adhaesie aan vaste lichamen dit
verhinderen. Dat zulks inderdaad het geval is,blijkt uit de volgende
proef, door Plateau (1843) uitgedacht. Men schenkt in een glas met
vlakke wanden een mengsel van water en alcohol, dat nauwkeurig
hetzelfde soortelijk gewicht heeft als olijfolie. Is de vloeistof tot
rust gekomen, dan brengt men zeer voorzichtig door middel van eene
pipet midden in de vloeistof eene kleine hoeveelheid olie. Daar deze
gelijk soortelijk gewicht heeft als de vloeistof, waarin zij gedompeld
is, zal zij volgens de wet van Archimedes (58) als 'tware aan de
werking der zwaartekracht onttrokken zijn; zij is te ver van de