Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
een deel der schaal AB, dus, zoo deze millimeters zijn, 0,9 millim.
duidelijkheidshalve zijn de verdeelingen in de figuur grooter dan
een millimeter genomen- De afstand van de eerste verdeeling op
de schaal tot de eerste deellijn op den nonius is dus 0,1 millim.,
van de tweede deellijn op den nonius tot de tweede deellijn op de
schaal 0,2 millim. enz., zoo als door de bijgeschreven getallen op
den nonius wordt aangewezen. Wil men nu de lengte van een
staafje 3IF nauwkeurig bepalen, dan plaatst men dit zoodanig, dat
het eene uiteinde U overeenkomt met het nulpunt van de schaal,
terwijl tegen het andere uiteinde N de nonius aangebracht wordt.
Men ziet op de schaal, dat de lengte van het staafje MN meer dan
4 millim. bedraagt; de onderdeelen worden door den nonius op de
volgende wijze aangewezen. Men onderzoekt, welke deellijn op den
nonius met eene deellijn van de schaal zamenvalt; hier zal het de
7e zijn. Daar nu de deelen o^ den nonius 0,1 millim. kleiner zijn
dan die op de schaal, zoo zal, als men van den rechter- naar den
linkerkant terugkeert, de afstand der streepjes op de schaalenden
nonius, die op de zamenvallende volgen, 0,1 millim. bedragen, van
de daarop volgende streepjes 0,2, en zoo verder; zoodat men bevindt,
dat de afstand van het nulpunt van den nonius, dat tevens het uit-
einde van MN is, tot de 4e verdeeling op de schaal juist 0,7 millim.
bedraagt. De lengte van het staafje 3IN is dus 4,7 millim.; het
aantal tiendedeelen wordt derhalve eenvoudig aangewezen door het
cijfer bij de eerste deellijn op den nonius, die met eene deellijn
op de schaal zamenvalt.
Met den nonius, zoo als hij hier beschreven is, kan men tiende-
deelen van een millimeter meten. Bekwame instrumentmakers
kunnen echter de nauwkeurigheid nog veel grooter maken. Zoo kan
men bijv. eene schaal verdeelen in halve millimeters; neemt men dan
op den nonius 49 dier deelen, en verdeelt men die lengte in 50 gelijke
deeltjes, dan zal elk "van een deel op de schaal bedragen; het
verschil van de deelen op den nonius en op de schaal is dan deel
van laatstgenoemde, dus 0,01 millim. Om op zoodanigen nonius juist
waar te nemen, welke verdeelingen zamenvallen, moet men zich van
een vergrootglas bedienen, daar de deellijntjes uiterst fijn gegraveerd
moeten zijn; zij moeten altijd dunner zijn dan hun onderlinge afstand.
Men kan den nonius ook toepassen bij verdeelde cirkelbogen. Is
bijv. de cirkelboog verdeeld in halve graden, en is op den nonius