Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
195.
en niet de adhaesie van de vloeistof aan de schijf, blijkt daarnit,
dat aan deze, als zij van het vocht afgetrokken is, nog vochtdeeltjes
blijven kleven; men heeft dus de vochtdeeltjes van elkander gerukt.
Hieruit blijkt tevens, dat bij vloeistoffen, waarbij dit verschijnsel
zich vertoont, de cohaesie geringer is dan hare adhaesie aan het
vaste lichaam. Gay-Lussac heeft bevonden, dat om eene glazen
schijf van ruim 11,8 centimeter middellijn van de oppervlakte van
water af te trekken 59,4 gram noodig zijn. Voor terpentijnolie
bedraagt het gewicht 34,1 gram, voor alcohol van' 0,8169 soortelijk
gewicht 31,08 gram. De cohaesie is dus niet bij alle vloeistoffen
dezelfde; bij eene zelfde vloeistof vermindert zij bovendien, als de
warmte toeneemt.
110. Adhaesie tusschen vloeistoffen en vaste lichamen. —
De proef van Taylor heeft ons niet alleen de cohaesie der vloei-
stoffen, maar ook hare adhaesie aan vaste lichamen doen zien. Dat
deze inderdaad bestaat, hebben wij reeds opgemerkt, toen wij van
de zoogenaamde adhaesie tusschen vaste lichamel:! melding hebben
gemaakt (105). Gok andere verschijnselen toonen zulks aan; daar-
door toch blijven vochtdeelen, in weerwil van de werking der
zwaartekracht, aan een vast lichaam hangen. Wordt water uiteen
glas geschonken, dan loopt het veelal langs den buitenkant af;
dit is een gevolg der adhaesie, die men verminderen kan door den
rand met vet te besmeren. Houdt men een glazen staafje in een
schuinen stand in een waterstraal, dan loopt het vocht langs het
staafje neer.
De adhaesie is echter niet bij alle vochten dezelfde, daar sommige
de oppervlakte, waarmede zij in aanraking komen, bevochtigen,
terwijl andere zulks niet doen. De meeste spreiden zich op eene
goed schoongemaakte glazen plaat uit; alleen kwikzilver doet het
niet. Op metalen oppervlakten daarentegen, ijzer alleen uitgezon-
derd, breidt kwikzilver zich uit. Is eene glazen plaat met vet be-
smeerd , dan zal een daarop geworpen waterdruppel zijne bolvormige
gedaante behouden, en er over heen rollen zonder de plaat te
bevochtigen. Dat er ook dan, wanneer er geen bevochtiging plaats
heeft, toch nog adhaesie is, blijkt, wanneer men de proef van
Taylor met eene glazen schijf op kwikzilver doet; er zal dan
inderdaad eene zekere kracht noodig zijn om de schijf van de