Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
onderscheiden van de gassen, die men veerkrachtige vloeistoffen
noemde. Eerst in de voorgaande eeuw hebben onderzoekingen van
Canton (1761) aangetoond, dat vochten kannen zamengeperst worden;
Oersted (1823) heeft echter de zamendrukking voor verschillende
vochten het eerst nauwkeurig gemeten. Zijne waarnemingen zijn
later door Colladon en Sturm (1837), Regnault (1847) en Grassi
(1851) herhaald, die tot nagenoeg dezelfde uitkomsten gekomen
zijn. Wij zullen hier niet de verschillende werktuigen beschrijven,
waarvan zij zich bediend hebben, maar ons tot mededeeling van
enkele resultaten bepalen.
De zamendrukking is het geringst voor kwikzilver; zij bedi*aagt
bij 0°C. 0,00000295 van het oorspronkelijke volume, wanneer op de
oppervlakte eene vermeerdering in drukking van ééne atmosfeer
wordt iiitgeoefend. Voor water is zij 0,0000503, voor alcohol
0,0000828, voor ether 0,000111. Bij verhooging der temperatuur
neemt de zamendrukbaarheid in den regel toe, vooral bij ether,
waarvoor zij bij 14° C. reeds 0,000140 bedraagt. Zij is voorts, zooals
te verwachten was, evenredig aan de vermeerdering der drukking.
Een gevolg van de zamendrukbaarheid van het water is, dat zijne
dichtheid op groote diepten een weinig aanzienlijker moet zijn dan
aan de oppervlakte. Daar echter de zamendrukking slechts gering
is, kan dit verschil doorgaans verwaarloosd worden; op eene diepte
van 1000 meter bedraagt de vermindering van volume slechts vijf
duizendsten, zoodat het soortelijk gewicht daar 1,005 zou bedragen.
109. Cohaesie bij vloeistoffen. — Hoewel de deeltjes eener
vloeistof zich gemakkelijk van elkander laten scheiden, bestaat er
niettemin daartusschen een kracht van zamenhang of cohaesie, die wel
niet zoo sterk is als bij vaste lichamen, maar zich niettemin duidelijk
kan laten aantoonen en zelfs meten met den volgenden, door Taylor
uitgedachten toestel. Wanneer eene vlakke schijf van de eene of
andere stof zoodanig aan den eenen arm eener balans wordt vast-
gemaakt, dat hare oppervlakte juist horizontaal hangt, en dan in
aanraking wordt gebracht met de oppervlakte van eene vloeistof,
waardoor zij bevochtigd wordt, dan zal men, wanneer er vóór de
aanraking evenwicht was, op de andere schaal gewichten moeten
liggen om de schijf van de vloeistof los te trekken. Dat deze ge-
wichten noodig zijn om de cohaesie der vochtdeeltjes te overwinnen