Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
188.
deeltjes met elkander in onmiddellijke aanraking komen, en de
onderlinge aantrekking der moleculen zich dus kan doen waarne-
men. Daarom kan men zich van eene vloeistof bedienen om twee
vaste lichamen met elkander in aanraking te brengen. Dit is bijv.
het geval bij het verven; is de vloeistof, waarin het vaste lichaam,
de verfstof, zich bevindt, opgedroogd of verdampt, dan is de aan-
raking van de overgebleven deeltjes met het vaste lichaam als
'tware eene onmiddellijke en dientengevolge de adhaesie bijzonder
sterk. Bij het vergulden of verzilveren heeft hetzelfde plaats. Ook
het lijmen, soldeeren en zamenluteeren berust op hetzelfde be-
ginsel. Wil men twee ijzeren voorwerpen aan elkander pletten,
dan maakt men ze gloeijend, dat is week, ten einde de deeltjes in
onmiddellijke aanraking tot elkander te kunnen brengen.
lUf). Kristallen. — Hoewel wij ons geen duidelijke voorstelling
kunnen maken van de wijze, waarop de stofdeeltjes in eenig lichaam
naast elkander geplaatst zijn, kunnen wij toch waarnemen, dat
dit bij vele voorwerpen, zoowel in de bewerktuigde als in de onbe-
werktuigde natuur, met groote regelmatigheid en bij dezelfde stof
steeds op dezelfde wijze plaats heeft. Bij sommige anorganische licha-
men gaat die regelmatigheid met zekere symmetrie gepaard en wel
in dien zin, dat zij geheel door platte vlakken begrensd worden.
Zoodanige lichamen noemt men kristallen; daarentegen noemt
men die, bij welke geen regelmatige vorm wordt waargenomen,
amorphe of vormlooze lichamen.
Dat de kristallen hun ontstaan te danken hebben aan moleculaire
krachten, spreekt van zelf. Zij kunnen slechts ontstaan bij den
overgang van den vloeibaren (of gasvormigen) toestand tot den vas-
ten, omdat alleen in eerstgenoemd en toestand de stofdeeltjes zich
vrij kunnen bewegen en dus onder de werking van moleculaire
krachten zoodanigen stand ten opzichte van elkander kunnen aan-
nemen, dat die regelmatige vorm ontstaat.
Men neemt den kristalvorm waar bij de meeste delfstoffen; en daar
die voor dezelfde stof steeds dezelfde is, biedt hij daarvoor een be-
langrijk herkenningsmiddel aan 1). De delfstoffen zijn ontstaan óf
1) Knkele stoffen komeu ook in verschillende kristalvormen voor, zooals
zwavel, diamant, enz.; men noemt die aTsdan dimorph.