Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
186.
stand terugkrijgen^ doch, door deinertienogverder omdraaijende en
dus eene torsie in tegenovergestelden zin veroorzakende, in schom-
melingen geraken. Door waarneming van den duur dezer schomme-
lingen, die binnen zekere grenzen onafhankelijk van de grootte der
afwijking bleek te zijn, is Coulomb tot het besluit gekomen, dat de
wringkracht, dat is de kracht, waarmede de draad tot zijn oor-
spronkelijken stand tracht terug te keeren, evenredig is aan den
hoek der omdraaijing CBD of, zoo als men het gewoonlijk noemt,
aan den hoek van torsie, mits men binnen de grenzen der
elasticiteit blijft. De schommelingen van dezen draad moeten dus
ook dezelfde wetten volgen als die van den gewonen slinger onder
de werking der zwaartekracht, waarvan de ontbondene in de rich-
ting der beweging ook evenredig is aan den hoek van afwijking.
Hieruit volgt, dat men de wringkracht uit den schommelingsduur
van den draad kan aüeiden op dezelfde wijze, als de grootte der
zwaartekracht uit den slingertijd kan worden berekend. Op grond
van deze eigenschappen heeft Coulomb een werktuig zamengesteld,
geschikt om kleine krachten te meten, dat wij later zullen leeren
kennen.
105. Adhaesie. — AVanneer men twee vlakgeslepen platen van
glas of metaal tegen elkander drukt, dan blijven zij als 't ware
aan elkander kleven, zoodat er kracht, somtijds zelfs eene aan-
zienlijke kracht, noodig is om ze weder van elkander te scheiden.
Aan de kracht, waarmede zij elkander schijnen aan te trekken,
heeft men den naam van adhaesie gegeven.
Vroeger meende men, dat de oorzaak van dit verschijnsel moet
worden gezocht in eene aantrekking, welke de moleculen van ver-
schillende lichamen op elkander uitoefenen, wanneer zij op zeer
geringen afstand van elkander worden gebracht; in die meening
werd men nog versterkt door de ervaring, welke leert, dat de
kracht, welke noodig is om die aan elkander klevende lichamen
van elkander te scheiden, grooter is naarmate de oppervlakken
dier lichamen gladder of vlakker zijn, zoodat er meer moleculen
in elkanders onmiddellijke nabijheid komen. De onderzoekingen
van Stefan (1874) hebben echter aanleiding gegeven tot eene andere
verklaring van het verschijnsel.
Men hangt eene van de beide zeer glad geslepen glazen of mar-