Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
185.
(Ie dubbele lengte uit te rekken. Volgens proeven van
Wertheim bedraagt deze voor lood 1803, voor zilver 7274, voor
goud 8131, voor koper 12449, voor staal 19549; voor dezelfde
metalen, nadat zij eerst uitgegloeid zijn, is de modulus van
veerkracht in den regel lager; ook bij verhooging van temperatuur
neemt hij aanzienlijk af.
Wij hebben vroeger (10) gezegd, dat, wanneer een lichaam door
eene of andere kracht eene blijvende verandering heeft ondergaan,
de grens der veerkracht is overschreden. Het is evenwel
moeilijk, zoo niet onmogelijk, met juistheid die grens aan te
wijzen, daar eene zeer kleine blijvende verandering licht aan onze
zintuigen zoa kunnen ontsnappen; men noemt daarom gewoonlijk
grens der veerkracht de kracht, die eene blijvende ver-
andering van 0,00005 der lengte te weeg brengt, of wat
hetzelfde is, die aan eene staaf van één meter eene blijvende ver-
lenging van millimeter geeft. Voor draden van één vierk.
millimeter doorsnede bedraagt de grens der veerkracht voor lood
slechts 0,25, voor zilver 11, voor platina 26, voor staal 43; bij
uitgegloeide metalen is die aanzienlijk geringer.
Voor de zamendrukking, welke de vaste lichamen kunnen
ondergaan, zijn de wetten veel moeilijker op te sporen; binnen
Fig. 104. zekere grenzen schijnt men echter te mogen
aannemen, dat zoowel de wetten als het
bedrag dezelfde zijn als bij de uitrekking.
Van bijzonder belang is nog de veerkracht,
die men waarneemt bij eene cilindrische staaf,
die om hare lengte-as gedraaid of gewrongen
wordt en die men wringkracht of torsie
noemt. De wetten van deze kracht zijn onder-
zocht door Coulomb (1785), door aan een
metalen draad van bepaalde dikte en lengte,
welks eene uiteinde bij A (Fig. 104) vast-
geklemd is, een gewicht P op te hangen en
dit om zijne loodrechte as om te draaijen;
wordt het dan weer aan zich zelf overgelaten,
dan zullen door de werking der moleculaire
krachten de deeltjes hunnen vroegeren ouder-
lingen stand trachten te hernemen en het gewicht ook zijn vroegeren