Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
183.
worden; door hameren, pletten, uitrekken worden de meeste metalen
harder. De warmte oefent vooral op de hardheid een grooten invloed
uit; door warmte kan een lichaam zelfs van den vasten tot den
vloeibaren toestand overgaan. Bij bekoeling krijgen sommige hunne
hardheid terug, andere niet; dit hangt veelal daarvan af, of de
bekoeling plotseling of langzaam plaats lieeft, doch een vaste regel
kan hiervoor niet worden opgegeven. IJzer of staal worden door
langzaam afkoelen week, door schielijk afkoelen, bijv. door indom-
peling in water of olie, harder. Daarentegen wordt het zoogenaamde
tam-tam, een mengsel dat uit 7 deelen koper en 2 deelen tin be-
staat, bij langzame afkoeling zeer hard, bij plotselinge afkoeling
week. Het zamensmelten van twee of meer metalen kan aan het
mengsel ook eene hardheid geven, zeer verschillend van die der
zamengesmolten stoffen. Geelkoper is weeker dan roodkoper en zink,
waaruit het bestaat; wordt daarentegen roodkoper met het vrij weeke
tin zamengesmolten in de verhouding van 5 tot 1 ,dan krijgt men het
veel hardere klokkenmetaal; voegt men er nog meer tin bij, zoodat
de verhouding wordt als 2 tot 1, dan ontstaat het nog hardere
spiegelmetaal.
104. Veerkracht, uitrekking, zamendrukking, wring-
kraeht. — De algemeene eigenschap der stof, die wij boven (10) onder
den naam van veerkracht of elasticiteit hebben leeren kennen,
moet blijkbaar beschouwd woiden als het gevolg van de in de stof
werkzame moleculaire krachten. Wanneer door eene uitwendige
oorzaak de onderlinge ligging der moleculen veranderd is, dan zullen
zij door de krachten, welke daartusschen werken, weder hunne
oorspronkelijke plaats innemen, zoodra de uitwendige oorzaak heeft
opgehouden.
De veerkracht is niet bij alle vaste lichamen even sterk; de meest
veerkrachtige zijn caoutchouc (elastieke gom), darmsnaren, ivoor,
staal. Van de elasticiteit van ivoor kan men zich door eene een-
voudige proef overtuigen. Als men een ivoren bal laat vallen op
eene marmeren plaat, die men bedekt heeft met een dun laagje
olie, waarmede men wat zwartsel vermengd heeft, dan zal hij
daar, waar hij met de plaat in aanraking is geweest, niet een zeer
klein zwart stipje, maar eene ronde zwarte plek vertoonen, zonder
dat men aan de bolvormige gedaante eenige verandering kan be-