Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
180.
eene klok van plaatijzer A, welke in een gemetselden bak met
water B gedompeld is. Onder deze klok komen twee buizen uit,
waarvan de eene het gas aanvoert, terwijl het door de andere ont-
wijken kan. Een tegenwicht C is over een paar katrollen met de
klok verbonden. Stellen wij, dat de middellijn der klok 10 meter
bedraagt en dat zij 10000 kilogram weegt, dan zal dit gewicht
eene drukking op het gas en door middel van dit op het water
uitoefenen, dat dientengevolge binnen in de klok lager zal staan
dan er buiten. Dit verschil zal bijna 13 cm, bedragen, daar eene
drukking van 10000 pond op eene cirkelvormige oppervlakte van
10 meter middellijn overeenkomt met eene waterkolom van 12,7
cm. Deze duidt tevens de spanning aan van het gas in den gas-
houder boven de drukking der lucht. Het tegenwicht C dient
om de drukking van de klok op het gas te kunnen matigen en
regelmatiger maken.
101. Blaasbalg. — Wil men een luchtstroom gebruiken om
een vuur aan te blazen, dan maakt men gebruik van blaas-
balgen. De gewone blaasbalg is genoeg bekend. De lucht stroomt
door eene klep, die naar binnen open gaat en door de drukking
der buitenlucht geopend wordt, wanneer de inwendige ruimte van
den blaasbalg vergroot en derhalve de spanning der zich daarin
bevindende lucht verminderd wordt Drukt men den toestel daarna
te zamen, dan sluit zich de klep, en de lucht woi'dt door de pijp
uitgeperst.
De gewone blaasbalg geeft geen aanhoudenden luchtstroom, daar
deze telkens bij de vergrooting der inwendige ruimte ophoudt. Om
203 ^^ ^^^ ongemak te voorzien,
bedient men zich veel van den
dubbelen blaasbalg (Fig. 103),
waarvan de twee gedeelten door
een middenschot zijn afgeschei-
den. Aan het bovenste gedeelte
bevindt zich de uitstroomings-
pijp B, terwijl door eene klep C dit gedeelte met het onderste
gemeenschap heeft. In BD is eveneens eene klep, die zich naar
binnen opent. Wordt nu D opgelicht, dan wordt de lucht uit de
onderste afdeeling in de bovenste geperst; door een gewicht, dat