Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
176.
welks soortelijk gewicht (dat van lucht = 1 stellende) dis, dan
had men door 0,0012930 d moeten deelen; de hoogte der gaskolom
^ 10511Ä , ^
zou dus —-- bedragen, en de formule voor de uitstroomings-
snelheid wordt dan in meters:
10511 Ä ,,, h
u = ï^ —--= 454 —
d d
waarin h in meters de hoogte uitdrukt eener kwikkolom, welke
het verschil aanduidt tusschen de spanning binnen in het vat en
de drukking van buiten. Deze formule doet ons dus zien, dat bij
de uitstrooming van gassen het soortelijk gewicht niet buiten
rekening mag gelaten worden, daar de snelheden omgekeerd even-
redig zijn aan de vierkantswortels van het soortelijk gewicht.
Is a de grootte der opening, in vierkante meters uitgedrukt,
dan bedraagt volgens bovenstaande formule de hoeveelheid gas,
die in eene seconde uitstroomt, 454 a kub. meter. Stroomt
d
bijv. lucht in eene luchtledige ruimte door eene opening van een
vierkanten centimeter, dan is h = 0,76 en <7 = 1; men vindt dan
voor de uitstroo mingssnelheid 396 meter en voor de hoeveelheid
bijna 40 liter in de seconde.
Talrijke proeven zijn in het werk gesteld om de hier vermelde
wet aan te toonen. De uitkomsten kwamen met de theorie overeen,
doch toonden dat er, evenals bij de uitstrooming der vloeistoffen,
eene zamentrekking van den straal plaats heeit. Volgens de
proeven van d'Aubuisson (1827) moet de snelheid vermenigvuldigd
worden met 0,65, 0,93 of 0,95, naar gelang de uitstrooming plaats
heeft door eene opening in een dunnen wand, door eene cilindrische
tuit, of door eene kegelvormige.
Is aan de opening eene lange buis verbonden, dan ondergaat de
snelheid eene aanzienlijke vermindering door de wrijving tegen de
wanden. Uit de proeven van d'Aubuisson is gebleken, dat die tegen-
stand evenredig is aan de tweede macht der snelheid en aan de
lengte der buis, doch omgekeerd evenredig aan de middellijn. Men
moet echter hier, zoowel als bij de toepassing van de andere wetten
voor de beweging der gassen, niet uit het oog verliezen, dat de