Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
metalen, zoo als goud en platina, die voor zulk eene verdeeling
vatbaar zijn. Het goudblad kan men zoo dun maken, dat tien
duizend blaadjes op elkander gelegd, de dikte van slechts één
millimeter hebben. Van platina vervaardigde Wollaston een draad,
die slechts xiGTT ^^^ ^^^ millimeter dikte had, en waarvan
duizend meter niet meer dan 0,05 gram wogen. Een sprekend
voorbeeld van fijne verdeeling bieden ons de verfstoffen aan. Lost
men 0,01 gram karmijn in 5 kilogram water op, dan is dit dui-
delijk rood gekleurd; in een druppel, waarvan er ongeveer 300,000
op die hoeveelheid water gaan, is de roode kleur zeer merkbaar-,
daarin moeten zich dus nog zeer vele deeltjes dier verfstof bevin-
den. Nog fijner moeten de deeltjes zijn der reukstoffen, zoo als
muskus en andere, die men jaren lang ergens kan laten liggen,
gedurende welken tijd zij haren geur verspreiden, zonder dat men
kan bemerken, dat zij eene vermindering in gewicht ondergaan.
Ook in de natuur vinden wij voorbeelden van fijne verdeeling.
Zoo is bijv. de dikte van den zijdedraad, zoo als die door den zijde-
worm gesponnen wordt, slechts 0,01 millimeter, terwijl de spinrag-
draden zoo fijn zijn, dat 100,000 niet meer dan de dikte van een
hoofdhaar vormen. Het bloed van menschen en dieren bestaat uit
eene kleurlooze vloeistof, waarin kleine roode schijfjes drijven, die
een diameter hebben tusschen 0,008 en 0,004 millimeter; bij de
vogels zijn zij de grootste, bij de zoogdieren de kleinste, bij den
mensch gemiddeld 0,006 millimeter. Er zijn diertjes, zoogenaamde
afgietseldiertjes oflnfusoriën, die niet dan bij sterke
vergrooting zichtbaar zijn, waarvan er, volgens Ehrenberg, 40,000
millioen op één kub. centimeter gaan, en welker lichamen toch ook
weder uit verschillende organen zamengesteld zijn.
6. Atomen; moleculen. — Uit deze en vele andere waar-
nemingen mogen wij afleiden, dat alle lichamen deelbaar zijn.
Hoewel men zich aan die verdeeling der stof eigenlijk moeilijk eene
grens denken kan, daar elk deeltje, hoe klein ook, toch uitgebreid-
heid behoudt en als zoodanig weer deelbaar moet wezen, zoo heeft
men toch, vooral op grond van de scheikundige eigenschappen der
stof, aangenomen, dat de lichamen bestaan uit zeer kleine deeltjes,
die niet meer deelbaar zijn, en welke men daarom atomen 1)
1) Atomeu is van het Grieksch afgeleid, en beteekent ondeelbaar.