Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
175.
nomen met het doel om natuiirkundige waarnemingen te doen. Zij
bereikten ook eene hoogte van 7000 meter en namen eene tempera-
tuur van 40° onder nul waar. Eene scheur in den luchtballon
noodzaakte hen echter weldra zich weder neer te laten.
Tot nog toe heeft men van de luchtballons weinig nuttige toe-
passingen kunnen maken, omdat het aan middelen ontbreekt om ze
te richten. Alle in het werk gestelde pogingen om een luchtballon
te sturen zijn tot dusverre vruchteloos geweest; de eenige wijze,
waarop men hem van richting kan doen veranderen, is hem zoolang
te doen rijzen of dalen tot men in eene luchtlaag komt, waar de
wind in de verlangde richting waait.
1. Beweging van gassen,
97. TJitstroomingssnelheid van gassen. — Wanneer in den
wand van een vat, waarin zich een gas bevindt, eene opening
gemaakt wordt, en de spanning van het gas aanzienlijker is dan
de drukking der buitenlucht op de opening, dan zal het gas er
uitstroomen. Door de uitstroomingssnelheid verstaat men den weg,
dien een gasmolecule gedurende eene seconde zou doorloopen,
indien het gedurende <lie seconde dezelfde beweging behield, die
het heeft bij het verlaten der opening. De wetten, waardoor deze
snelheid bepaald wordt, zijn dezelfde als die bij de uitstrooming
van vloeistoffen; zij worden dus ook uitgedrukt door de formule
V — l^ ^gh , waarin 1i de gaskolom voorstelt, welke oorzaak is van de
uitstrooming, even als bij de vloeistoffen door de hoogte der vocht-
kolom de snelheid bepaald wordt. Gassen, die in eene bepaalde
ruimte zijn opgesloten, stroomen echter niet uit tengevolge van de
drukking eener gaskolom, maar door de spanning van het gas in het
vat. Deze spanning, of eigenlijk het verschil der spanningen binnen
en buiten het vat, die doorgaans door middel vau de hoogte eener
kwik- of waterkolom wordt aangewezen, moet dus eerst nog herleid
worden tot eene gaskolom, die gelijke drukking zou uitoefenen. Duidt
h de hoogte der kwikkolom aan, dan zal 13,598 A de hoogte zijn van
eene waterkolom, die gelijke drukking veroorzaakt; om deze tot
eene luchtkolom te herleiden, moet men hare hoogte deelen door
het soortelijk gewicht van lucht 0,0012930, waardoor men krijgt
10511 h. Is het gas geen dampkringslucht, maar een ander gas,