Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
166.
lucht en het water in de zijdelingsche buis B geperst, en de klep
C wordt opgelicht. Zoodra de zuiger onder in de pompbuis is
gekomen en dus de drukking op het water ophoudt, sluit zich de
klep C door het water, dat zich er boven
bevindt. Door dan den zuiger A op te
trekken, komt er weder meer water in
de pompbuis; zoodra de zuiger boven
■ is gekomen, sluit zich E, en door de
nederwaartsche beweging wordt eene
nieuwe hoeveelheid water in de buis B
opgeperst. Jlen moet hierbij in aanmer-
king nemen, dat de afstand van den
zuiger tot den waterspiegel, even als bij
de zuigpomp, minder dan 10,33 meter
moet bedragen. De buis B echter kan
men zoo lang maken als men verkiest;
maar naarmate de waterkolom daarin
hooger wordt, zal ook de drukking op
den zuiger bij zijne nederwaartsche be-
weging aanzienlijker worden. Bij de
zuigpomp is daarentegen bij de beweging
van boven naar beneden geen andere tegenstand te overwinnen
dan die, welken de zuiger ondervindt van het door zijne klep
stroomende water.
92. Brandspuit. — Eene belangrijke toepassing van de druk-
king van zamengeperste lucht en van de pompen vinden wij bij de
brandspuit, in fig. 97 in doorsnede voorgesteld. E E zijn twee
pompbuizen, die van onderen geheel in het water staan en waarin de
zuigers F F op en neer bewogen worden door middel van de hef-
boomen L L, welke in M hun gemeenschappelijk steunpunt hebben;
de lange armen dezer hefboomen zijn in de afbeelding niet getee-
kend. Onder in de pompbuizen zijn kleppen D D en ter zijde twee
andere kleppen C C. Het zijn dus zuig- en perspompen, waardoor
het water in den cilinder A geperst wordt, en wel om beurten door
elke der beide pompen. In dezen cilinder bevindt zich lucht, die
dus door den toevoer van het water zamengeperst wordt en op de
oppervlakte van het water eene drukking veroorzaakt, waardoor