Boekgegevens
Titel: Leerboek der natuurkunde
Auteur: Steyn Parvé, D.J.
Uitgave: Tiel: H.C.A. Campagne, 1879-...
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1217
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202005
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der natuurkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
165.
wijze beginnen met er de lucht uit te pompen. Is de pijp Glang,
dan zullen verscheidene slagen noodig zijn, alvorens het water in
de pompbuis A komt.
De buis G kan echter niet onbepaald lang genomen worden.
Was de afstand van den zuiger van II grooter dan 10,33 meter,
dan zou het water niet tot den zuiger kunnen komen, daar eene
waterkolom van 10,33 meter evenwicht maakt met de drukking der
lucht, en het dus in dat geval onmogelijk is door middel van die
drukking het water liooger op te voeren. Wegens de onvolmaakte
sluiting bij de pompen, waarvan men zich in hetdagelljkschleven
bedient, richt men die doorgaans zoodanig in, dat de afstand van
den zuiger tot den waterspiegel niet meer dan 8 meter bedraagt.
Wil men de drukking berekenen, die de zuiger bij zijne opgaande
beweging ondervindt, dan moet men in aanmerking nemen, dat
op het bovenvlak van den zuiger de dampkring drukt, benevens de
waterkolom van den zuiger af tot aan de opening I; tegen den
onderkant van den zuiger wordt echter eene drukking van beneden
naar boven uitgeoefend, gelijk aan de drukking van den dampkring,
verminderd met de waterkolom van den waterspiegel H af tot onder
tegen den zuiger. Het verschil van deze beide drukkingen is de
kracht, die men moet overwinnen, als men den zuiger optrekt;
deze zal dus gelijk zijn aan eene waterkolom, tot grondvlak heb-
bende het oppervlak van den zuiger, en tot hoogte den verticalen
afstand van de opening I boven den waterspiegel H. Indien het
water uit eene aanzienlijke diepte moet uitgepompt worden, kan
men de uitteoefenen kracht verminderen, door den zuiger kleiner
en de verhouding tusschen de hefboomsarmen DE en EF zoo
gunstig mogelijk te maken.
91. Zuig- en perspomp. — Moet men het water tot eene
grootere hoogte brengen, dan bedient men zich van de zuig-en pers-
ï)0mp, die, wat de inrichting aangaat, slechts weinig van de ge-
wone zuigpomp verschilt. De zuiger A (Fig. 96) is niet doorboord,
maar in eene zijdelingsche buis B, welke onder aan de pompbuis
is aangebracht, bevindt zich eene klep C. Wordt nu de zuiger A
opgetrokken, dan zal, even als bij de zuigpomp, het water in de
buis D klimmen. Is het water boven de klep E gekomen en wordt
de zuiger A dan naar beneden gedrukt, dan worden daardoor de